Bob Withers reageert op het geplande verbod op conversietherapie
In dit interview bespreekt Bob Withers zijn bezwaren tegen brede conversieverbodswetgeving en de gevolgen voor therapeuten die niet het affirmatieve model
Over Bob Withers
In dit interview reageert psychotherapeut Bob Withers op het door de Britse overheid geplande verbod op conversietherapie. Hij beschrijft het werkveld als complex: zelfs onder therapeuten bestaat geen overeenstemming over de juiste aanpak. Volgens hem staan er ruwweg twee scholen tegenover elkaar. De ene wil mensen bevestigen in hun trans-identiteit, de andere wil die identiteit niet bevestigen noch ontkennen, maar onderzoeken waar de genderdysforie vandaan komt, in de hoop op een oplossing die geen ingrijpende operaties of hormonen vereist.
De wet als bot instrument
Withers vindt het problematisch om dit onopgeloste vakdebat via het strafrecht te willen beslechten. Hij noemt de wet een bot instrument en vreest dat de dreiging ervan angst zaait bij therapeuten die enkel het beste voor hun cliënt willen. Wie iemand wil helpen zich met het eigen lichaam te verzoenen, bijvoorbeeld bij lichaamshaat, kan volgens hem het verwijt krijgen te proberen de genderidentiteit te veranderen, en zo beschuldigd worden van conversietherapie. Hij noemt het voorbeeld van iemand die na misbruik onbehagen in het lichaam ervoer en dat als trans-zijn interpreteerde; juist zulke mensen zouden volgens hem baat hebben bij verkennende gesprekstherapie vóór een lichamelijke ingreep.
Risico voor beide kanten van het vak
Withers wijst erop dat sommige activisten elke poging om psychotherapeutisch met genderdysforie te werken als transfoob en als conversietherapie uitleggen. Als zo iemand een zaak tegen een therapeut aanspant, moet die zich voor de rechter verantwoorden. Dat is volgens hem niet de juiste plek; toetsing hoort thuis binnen het gereguleerde beroep. Hij merkt op dat de regulerende beroepsorganisaties in de jaren onder het zogeheten Memorandum of Understanding nog nooit met succes een zaak van gender-identiteitsconversietherapie hebben afgerond, ondanks pogingen om therapeuten daarvan te beschuldigen.
Daarnaast benadrukt Withers dat ook de affirmatieve therapeut onder de voorgestelde wet kan vallen. Als iemand achteraf merkt dat het lichaamsongemak voortkwam uit verwerkt misbruik, of uit moeite om het eigen homoseksueel-zijn te aanvaarden, dan kan degene die de transitie bevestigde en aanmoedigde volgens hem eveneens van conversietherapie worden beticht, bijvoorbeeld bij een verschuiving van homoseksueel naar heteroseksueel via transitie. Zo zouden zowel de affirmatieve als de verkennende kant van het vak bang worden om te werken. Het gevolg, waarschuwt hij, is dat farmaceutische bedrijven, chirurgen en de medische sector de enige overblijvende partij worden. Withers zegt het verbod op homo-conversietherapie zelf te steunen, maar vindt dat geen respectabele therapeut zoiets nog praktiseert zonder uit het register te worden geschrapt; hij ziet de wet vooral als populaire wetgeving die de mensen die ze zou moeten beschermen kan schaden.
Bronnen
Let op: deze video is Engelstalig. Bekijk onze Verhalen voor Nederlandstalige getuigenissen.