Transitiespijt in de psychotherapiepraktijk — Bob Withers
In deze podcastaflevering deelt Bob Withers ervaringen uit zijn praktijk met cliënten die spijt hebben van hun transitie.
Over Bob Withers
Bob Withers is een jungiaans analyticus en psychotherapeut in Brighton, Engeland. Hij werkt al sinds begin jaren negentig met mensen die spijt hebben van hun transitie. In deze podcastaflevering van Stephanie Winn ("You Must Be Some Kind of Therapist") deelt hij ervaringen uit zijn praktijk en uit zijn publicaties, waaronder zijn artikel "Transgender Medicalisation" in de Journal of Analytical Psychology (2020) en een eerder, bekroond artikel uit 2015 dat na een klacht over vertrouwelijkheid is ingetrokken. Withers vertelt dat hij in de jaren negentig zijn eerste cliënt zag die na een operatie tot het inzicht kwam dat de ingreep zijn psychische problemen niet had opgelost.
Onderliggende problemen in plaats van genderidentiteit
Volgens Withers kan de wens om te transitioneren een poging zijn om moeilijke gevoelens te vermijden: hechtingstrauma, misbruik in de jeugd, of seksuele gevoelens die met het eigen zelfbeeld botsen. Hij beschrijft hoe een cliënt na de operatie zei dat het leek alsof "al zijn woede was weggesneden", terwijl die woede jaren later toch terugkeerde. Het psychische probleem was, zoals Withers het verwoordt, met een lichamelijke ingreep beantwoord. Bij mannen die hij zag, zag hij vaak terugkerende thema's: een gewelddadige of afwezige vader, het ontbreken van positieve mannelijke rolmodellen, en onveilige hechting. Bij vrouwen verwijst hij naar een verhaal waarin een meisje als kind onbewust het idee ontwikkelde dat ze de liefde van haar moeder zou behouden door zich als jongen te identificeren.
De rol van de therapeut en tegenoverdracht
Withers leunt op het werk van Donald Winnicott over haat in de tegenoverdracht. Een therapeut kan twee fouten maken: de transitiewens te weinig bevragen, of die te snel en te hard uitdagen. Beide kunnen voortkomen uit het vermijden van eigen ongemak. Hij benadrukt het belang van timing: pas binnen een opgebouwde relatie kan een cliënt confronterende waarheden verdragen. Een te snel bevestigende, puur op spiegelen gerichte benadering schiet volgens hem tekort wanneer die niet samengaat met onderzoek naar wat de cliënt mogelijk vermijdt. Withers trekt een parallel met de lobotomieën uit de vorige eeuw, waar Winnicott destijds over schreef.
Medische ingrepen en de kwaliteit van bewijs
Withers stelt dat de wetenschappelijke onderbouwing van de biomedische aanpak zwak is. Hij wijst op puberteitsremmers die volgens hem te weinig op langetermijneffecten zijn onderzocht, op financiële belangen van farmaceutische bedrijven, en op cijfers over spijt die volgens hem te smal zijn gedefinieerd doordat mensen die uitvallen, overlijden of in stilte terugkeren niet worden meegeteld. Hij noemt het Engelse Cass-onderzoek en de sluiting van de Tavistock-genderkliniek. Tegelijk zegt Withers dat hij niet voor een verbod op operaties of hormonen is, maar voor meer en betere informatie, en voor psychologische exploratie vóór onomkeerbare stappen. Hij heeft veel respect voor mensen die ondanks tegenwind over hun detransitie spreken.
Bronnen
Let op: deze video is Engelstalig. Bekijk onze Verhalen voor Nederlandstalige getuigenissen.