De verborgen waarheid achter genderdysforie en onomkeerbare keuzes — Bob Withers
Bob Withers, met meer dan 35 jaar klinische ervaring als Jungiaans psychoanalyticus, legt uit waarom genderdysforie volgens hem primair een psychologisch
Over Bob Withers
In deze Engelstalige lezing presenteert Bob Withers zichzelf als Jungiaans analyticus, niet als arts. Hij vertelt dat hij voordat hij analyticus werd als complementair therapeut werkte. Vroeg in zijn loopbaan werkte hij met mensen die hun transitie ongedaan wilden maken; dat liet hem zien hoe belangrijk het volgens hem is om eerst psychologisch te werken voordat iemand onomkeerbare veranderingen aan het lichaam aanbrengt waar diegene later spijt van kan krijgen. Hij benadrukt dat ieder mens individueel is en dat je niet over alle trans personen kunt generaliseren, maar dat zijn benadering volgens hem een bruikbare manier is om een deel van de gevallen te begrijpen.
Genderdysforie als psychologische dissociatie
Withers betoogt dat genderdysforie en transgender-identificatie volgens hem geen aantoonbare lichamelijke oorzaak hebben, anders dan bij intersekse-condities, en dat verschillende psychologische factoren kunnen helpen het te begrijpen. Hij verwijst naar een artikel dat hij schreef in 2018, "the view from the consulting room", in het boek over transgender kinderen en jongeren. Met klassieke psychoanalytische begrippen, vooral dissociatie, beschrijft hij twee patronen: een dissociatie tussen geest en lichaam, en een dissociatie tussen de mannelijke en vrouwelijke elementen in de psyche. Volgens hem kan distress die op deze manier wordt uitgedrukt, ingekapseld raken in het lichaam, waarna iemand probeert het kwijt te raken door het lichaam te veranderen.
Ervaringsdeskundigheid en het placebo-effect
Een groot deel van de lezing gaat over de waarde en de grenzen van "ervaringsdeskundigheid". Withers schetst de geschiedenis van de geneeskunde, van Mesmers magnetische behandelingen tot de eerste placeboproeven, en stelt dat subjectieve ervaringen soms onjuist kunnen zijn. Hij vertelt over een jong kind, Anna, met terugkerende longklachten, dat hij destijds als homeopaat behandelde; hij gebruikt dit als voorbeeld van geest-lichaam-dissociatie en van het idee dat iemand zich beter voelt zonder dat de behandeling zelf de oorzaak van de verbetering is. Zijn vraag is of het ertoe doet dat een behandeling iemand zich beter laat voelen, en hij stelt dat de mate van schade door een behandeling daarbij een belangrijke factor is. Hij wijst er ook op dat het uitmaakt naar welke ervaringsdeskundigen instanties luisteren.
Trauma-geïnformeerde psychotherapie
Withers verwijst naar Winnicott, die al in 1966 met een man werkte die over "penisnijd" sprak, en naar Jung en diens idee van individuatie: de drang om gedissocieerde delen van de ervaring te integreren tot een geheel. Hij beschrijft een door Roberto D'Angelo gepubliceerd geval ("do we want to know") waarin een vroeg trauma zich herhaalt in de relatie tussen therapeut en patiënt. Volgens Withers is dissociatie een natuurlijke reactie op trauma, en vraagt het ongedaan maken ervan dat de pijn opnieuw wordt beleefd in het gezelschap van een ander die houvast biedt, zodat de ervaring veilig en bespreekbaar wordt. In de afsluitende discussie nuanceert hij een vraag over massamanipulatie: hij ziet zichzelf niet als samenzweringsdenker, erkent dat sommige partijen er belang bij kunnen hebben, maar legt de nadruk op onbewuste factoren en op empathie tussen beide kanten van het debat.
Bronnen
Let op: deze video is Engelstalig. Bekijk onze Verhalen voor Nederlandstalige getuigenissen.