Corinna Cohn: homoseksualiteit en de gendervragende leerling — Genspect
Detransitioner en activist Corinna Cohn bespreekt bij Genspect de relatie tussen homoseksualiteit en genderdysforie bij scholieren. Ze betoogt dat genderbevestigende behandelingen bij sommige jongeren onderliggende homoseksualiteit maskeren in plaats van begeleiden. Een zeldzame stem die als getransitioneerde persoon zelf kritisch is op de affirmerende aanpak.
Over Corinna Cohn
Corinna Cohn werd rond haar vijftiende gediagnosticeerd met genderidentiteitsstoornis en begon op ongeveer haar zeventiende met genderbevestigende behandelingen. In dit gesprek, opgenomen voor de Genspect Fall Expert Series en geleid door Candace Jackson, vertelt Cohn over de eigen ervaring als jong volwassene die de transitie inging en kijkt terug op wat destijds meespeelde in die keuzes. Cohn is co-host van de podcast Heterodorks, schreef onder meer voor de Washington Post over de persoonlijke ervaring met transitie, en is actief bij het Gender Care Consumer Advocacy Network (GCCAN) en de adviesraad van Rethink Identity Medicine Ethics (RIME).
Homoseksualiteit gemaskeerd als genderdysforie
Cohn groeide op in de jaren tachtig, in een tijd waarin openlijk homoseksueel zijn cultureel weinig aanvaard werd. Door een moeizame band met de vader en weinig mannelijke voorbeelden, plus pesterijen op school, ontstond als tiener het idee dat het leven makkelijker zou zijn als meisje. Aantrekking tot jongens werd niet gelezen als homoseksuele aantrekking, maar herschreven tot het verlangen om de vrouw te worden op wie die jongens zouden vallen — terwijl meerdere van hen later zelf als homoseksueel naar buiten kwamen. Cohn betoogt dat onderliggende gelijkgeslachtelijke aantrekking bij sommige jongeren zo door transitie wordt gemaskeerd in plaats van begeleid, en beschrijft dat de relaties na de operatie vooral een fetisjistisch karakter hadden in plaats van gelijkwaardige partnerschappen.
Sociale druk en de "cis"-tweedeling
Volgens Cohn was de periode rond 2015, met onder meer de legalisering van het homohuwelijk in de VS, juist een open klimaat voor jonge homoseksuele en lesbische mensen. Daarna verschoof de aandacht naar genderidentiteit. Cohn signaleert dat steeds meer mensen zich als "he/they" of "she/they" gingen omschrijven, omdat het label niet-binair beschermt tegen de aanname dat je als "cis" tot een onderdrukkende groep behoort. De kosten daarvan zijn laag — alleen je voornaamwoorden aanpassen — maar Cohn vindt dit schadelijk, juist voor homo's en lesbiennes, voor wie genderafwijkend gedrag historisch gezien normaal is. Jezelf "anders" maken vanwege een eigenschap die niet typisch is voor je sekse, is iets wat je mensen niet zou moeten aanleren.
Affirmerende zorg, relaties en leeftijdsgrenzen
Cohn plaatst kanttekeningen bij kortlopend onderzoek dat affirmerende zorg als bewezen voorstelt: verbeteringen op de korte termijn zijn lastig te scheiden van de extra aandacht die een kind krijgt na transitie. Voor jongeren die nog geen relaties aangaan, is het advies eerst te leren intimiteit en verbinding op te bouwen — transitie maakt van iemand geen ander mens en lost sociale moeilijkheden niet op. Over de nieuwe WPATH-richtlijn (SOC8) zegt Cohn dat de aanbevelingen zo open zijn dat behandelaars er bijna elke aanpak in bevestigd zien. Cohn pleit ervoor chirurgie volledig uit te sluiten voor minderjarigen, maar respecteert de autonomie van volwassenen om eigen risico's te nemen, mits begeleid door therapie in plaats van een enkel "informed consent"-model.
Bronnen
Let op: deze video is Engelstalig. Bekijk onze Verhalen voor Nederlandstalige getuigenissen.