First Do No Harm — Dr. David Bell over Tavistock (2022)
Dr. David Bell, voormalig gouverneur bij het Tavistock & Portman NHS Trust, bespreekt het medische principe First Do No Harm in relatie tot de genderzorg
Over Dr. David Bell
Dr. David Bell was ruim drie jaar betrokken bij de genderzorg vanuit zijn rol in de council of governors van de Tavistock-kliniek, waar hij personeel vertegenwoordigde. Hij raakte bekend omdat hij zorgen uitte over de Gender Identity Development Service (GIDS). Naar eigen zeggen werd hij benaderd door een groeiend aantal therapeuten — eerst één, daarna meer, uiteindelijk ongeveer een kwart tot een derde van de Londense dienst — die diepe bezorgdheid uitten over de behandeling van kinderen en het uitblijven van gehoor binnen hun trust. Sommigen sliepen niet meer omdat ze vreesden onbedoeld mee te werken aan schade. In deze lezing, getiteld First Do No Harm, verbindt Bell zijn klinische en psychoanalytische blik aan het medische beginsel om geen schade te berokkenen.
Genderdysforie versus transgender
Bell betoogt dat "transgender" een nietszeggende verzamelterm is en dat het cruciaal is om genderdysforie te onderscheiden van transgender. Genderdysforie verwijst volgens hem naar diep ongemak met het seksuele lichaam, met vele oorzaken en even zovele therapeutische benaderingen. Hij noemt onder meer psychologische aandoeningen zoals depressie en autisme, eenzaamheid, ernstige gezinsproblemen en intergenerationele trauma's. Een belangrijke route die hij in de literatuur ziet beschreven, hangt samen met homoseksualiteit: een lesbisch meisje kan bijvoorbeeld denken dat ze "eigenlijk" een jongen moet zijn, soms versterkt doordat het gezin haar oriëntatie niet verdraagt. Hij wijst er ook op dat veel kinderen, mits goed begeleid, uiteindelijk homoseksueel of gendernonconform worden zonder transitie. Diensten die het onderscheid tussen dysforie en transgender niet maken, brengen volgens hem schade toe.
Klinische en ethische zorgen
Bell beschrijft de sterke toename van verwijzingen naar de Tavistock-dienst en het opvallend groeiende aandeel meisjes. Personeel uitte zorgen over de aanwerving van medewerkers met weinig klinische ervaring met complexe stoornissen, over zeer hoge caseloads en over kinderen die als "allemaal hetzelfde" werden gezien omdat ze met een script binnenkwamen dat onvoldoende werd bevraagd. Hij stelt dat sexualiteit nauwelijks ter sprake kwam, terwijl dat juist het werkterrein van de Tavistock zou moeten zijn. Bell uit ernstige twijfels over wat geïnformeerde toestemming bij minderjarigen betekent en over het ontbreken van bewijs voor de veiligheid van puberteitsremmers. Hij wijst erop dat het overgrote deel van de kinderen na de remmers doorgaat naar hormonen van het andere geslacht, waardoor het starten van remmers in feite een pad richting onomkeerbare ingrepen inzet. Ook beschrijft hij druk van lobbygroepen en de angst om transfoob genoemd te worden, wat ruimte voor twijfel en onderzoek afsluit.
Denken als de vijand
In het laatste deel beschrijft Bell wat hij een "eigenaardige denkwijze" noemt, waarin nadenken zelf als vijandig of transfoob wordt gezien. Hij verbindt dit met sociaal-culturele krachten zoals de marktlogica die identiteit als verwisselbaar voorstelt, overbelaste kinderpsychiatrie, identiteitspolitiek en groeiende misogynie. Hij waarschuwt dat de zorg verwordt tot een vorm van klantgerichtheid waarin de wens van de patiënt niet meer wordt bevraagd. Bell sluit af met een anekdote over een man die om amputatie van zijn arm vraagt, om te illustreren dat een subjectieve wens niet automatisch leidend hoort te zijn. Hij roept op tot kritische betrokkenheid en steun voor clinici die ruimte voor twijfel en ethische verantwoordelijkheid willen behouden.
Bronnen
Let op: deze video is Engelstalig. Bekijk onze Verhalen voor Nederlandstalige getuigenissen.