Detransitie — het nieuwste onderzoek en de ongemakkelijke waarheid
In deze video analyseert Dr. Paul Rhodes Eddy de actuele onderzoeksliteratuur over gendertransitie en detransitie.
Over Dr. Paul Rhodes Eddy
Dr. Paul Rhodes Eddy is auteur van een nieuwe, vrij beschikbare studie met de titel "Rethinking Transition", die hij samen met het Center for Faith, Sexuality and Gender maakte. In dit gesprek met interviewer Sean legt hij uit dat hij oorspronkelijk onderzoeker was van de historische Jezus, maar dat hij in 2008 als voorganger werd gevraagd het sexuality statement van zijn kerk te herschrijven en zo in dit onderwerp rolde. Zijn doel met de studie is om voorbij de polarisatie en de cultuurstrijd te kijken en zo nauwkeurig mogelijk te beschrijven wat het academische onderzoek laat zien over transitie en detransitie.
Wat is detransitie?
Volgens Eddy is detransitie alleen te begrijpen vanuit de vraag wat transitie is. Hij onderscheidt drie vormen van transitie: sociaal (verandering van naam, voornaamwoorden, kleding en publieke presentatie), medisch (hormoontherapie en operaties) en juridisch (aanpassing van officiële documenten). Iemand kan eén, twee of alle drie de vormen doorlopen. Detransitie is per definitie het stopzetten of in zekere zin terugdraaien van een eerder besluit om te transitioneren, en kent dus net zoveel vormen als transitie zelf. Eddy schetst ook een lange geschiedenis: van rituelen in het oude Nabije Oosten tot vroege medische pogingen in Duitsland in de twintigste eeuw, het eerste Amerikaanse gendercentrum aan Johns Hopkins University in de jaren zestig, en een sterke toename sinds de jaren negentig.
Stijgende cijfers en verschuivende verhoudingen
Eddy beschrijft een sterke toename van het aantal kinderen en adolescenten dat genderdysforie meldt, vooral vanaf het begin van de eenentwintigste eeuw. Hij noemt een onderzoek met data uit 2016 onder ruim 80.000 scholieren in Minnesota, waarin 2,7 procent een transgender of genderdiverse identiteit rapporteerde, en een studie uit 2021 in een schooldistrict in Pennsylvania waarin dat aandeel op 9,2 procent lag. Daarnaast wijst hij op een verschuiving in de sekseverhouding: waar voorheen vooral geboren jongens genderdysforie meldden, gaat het nu overwegend om geboren meisjes. Ook noemt hij de in de literatuur herhaaldelijk beschreven samenhang met autisme. Als verklaringen voor de stijging pleit hij voor een biopsychosociale benadering, waarbij hij als christen ook een spirituele dimensie wil toevoegen, naast factoren als sociale media, het affirmatieve model, ruimere vergoeding door verzekeraars en zichtbaarheid in media en entertainment.
Twijfels over het onderzoek en de stem van detransitioners
Eddy plaatst kanttekeningen bij het uitkomstenonderzoek, dat hij ziet als onderdeel van de bredere replicatiecrisis in de psychologische wetenschap. Hij noemt gebrek aan standaardisatie van taal en meetinstrumenten, een overwicht aan retrospectief onderzoek, kleine steekproeven en sterk wisselende follow-uptermijnen. Twee recente studies wezen er volgens hem op dat spijt en detransitie vaak pas rond het achtste tot elfde jaar na de ingreep aan de orde komen, terwijl veel onderzoek conclusies trekt op basis van slechts zes maanden. Een groot probleem noemt hij de uitval: veel detransitioners keren niet terug naar hun oorspronkelijke zorgverlener, waardoor zij buiten de data vallen. Veelgenoemde spijtcijfers liggen volgens hem rond 1 tot 1,5 procent, maar hij is terughoudend met statistieken zolang niet duidelijk is wat erin is meegenomen. Hij verwacht dat detransitie zal toenemen door het loslaten van eerdere waarborgen, de verschuiving naar een informed-consentmodel en het op steeds jongere leeftijd sociaal laten transitioneren van kinderen. Tot slot benadrukt hij het belang van het luisteren naar detransitioners zelf en wijst hij op een opkomend gender-exploratief model als alternatief voor zowel pure affirmatie als ontkenning.
Bronnen
Let op: deze video is Engelstalig. Bekijk onze Verhalen voor Nederlandstalige getuigenissen.