Hannah Barnes over de ineenstorting van de Tavistock genderkliniek voor kinderen (Snapshot)
Journalist Hannah Barnes, auteur van het boek Time to Think, bespreekt haar diepgaande onderzoek naar de ineenstorting van de Tavistock genderkliniek voor
Over Hannah Barnes
Hannah Barnes is journalist en auteur van het boek Time to Think, waarin zij haar onderzoek naar de gang van zaken bij de Tavistock-genderkliniek voor kinderen heeft vastgelegd. In dit Snapshot-interview bespreekt zij hoe deze gespecialiseerde kliniek functioneerde, welke aannames eraan ten grondslag lagen en waarom haar lezing van de interne stukken haar verraste. Het gesprek wordt gevoerd vanuit het perspectief van iemand die de documenten, audits en parlementaire verklaringen heeft doorgenomen, in dialoog met een psychotherapeut die zijn eigen kanttekeningen plaatst.
De Nederlandse studie en een andere groep jongeren
Barnes legt uit dat het gebruik van puberteitsremmers werd onderbouwd met de Nederlandse studies, maar dat de jongeren die de kliniek in de praktijk zag en doorverwees, niet overeenkwamen met de jongeren uit die studies. Volgens haar gaat het bij die onderbouwing bovendien niet om bijzonder sterk bewijs. De groep die zich meldde was psychologisch minder stabiel en bestond overwegend uit meisjes bij wie de problemen vooral in de adolescentie opspeelden. Zij wijst erop dat een team in Finland rond 2015 precies hetzelfde verschil opmerkte, maar dat dergelijke gesprekken niet vanuit de kliniek naar buiten kwamen.
Behandelen zonder eensgezindheid
In het interview wordt de kliniek beschreven als rommelig en weinig samenhangend werkend, gevestigd in de Tavistock, die juist bekendstaat om analyse, zonder dat consequent een psychoanalytisch kader werd ingebracht. Een terugkerend probleem was volgens de gesprekspartners dat er geen overeenstemming bestond over wat er eigenlijk werd behandeld. Een eerdere audit, gepubliceerd in 2002, bracht al de vraag naar voren of jongeren ontregeld zijn omdat ze trans zijn, of dat ze zich trans identificeren omdat ze ontregeld zijn. Zonder gedeelde opvatting over de aard van het probleem, zo wordt betoogd, is het lastig te bepalen wat de beste behandeling is en hoe je een geslaagde uitkomst meet. Wie gelooft dat iemand als trans geboren kan worden, komt tot een andere aanpak dan wie meent dat een trans-identificatie soms uit iets anders kan voortkomen.
Waarschuwingen, een studie en een keerpunt
Barnes verwijst naar het moment waarop Sue Evans rond 2004 en 2005 effectief de klok luidde, en naar een uitgebreid rapport met aanbevelingen van David Taylor. Volgens het gesprek bleek pas jaren later hoezeer wat toen werd opgeschreven precies aangaf wat er nodig was. Ook brengt Barnes verklaringen ter sprake die artsen aan het Britse parlement aflegden: zij gaven aan puberteitsremmers niet alleen voor te schrijven bij jongeren voor wie enig bewijs van baat bestond, maar het gebruik ook te hebben uitgebreid naar onder meer jongeren in zorginstellingen, autistische jongeren en jongeren die het moeilijk hadden. Barnes ziet daar geen kwade bedoeling in, maar stelt dat het niet op bewijs berustte en dat de richting niet werd bijgesteld toen data lieten zien dat sommige jongeren er niet bij gebaat waren. In 2011 startte de eigen studie naar hoe kinderen het op puberteitsremmers vergingen; toen de resultaten daarvan rond 2016 naar buiten kwamen, was het beeld dat de cliënten weliswaar tevreden waren, maar dat de klinische maatstaven aangaven dat het op geen enkel niveau aansloeg.
Bronnen
Let op: deze video is Engelstalig. Bekijk onze Verhalen voor Nederlandstalige getuigenissen.