Trans is een goddeloze neo-religie — Helen Joyce over genderidentiteit en ideologie
Helen Joyce betoogt dat transgenderideologie de kenmerken heeft van een goddeloze nieuwe religie — met dogma's, ketterijen, rituelen en de eis van
Over Helen Joyce
Helen Joyce studeerde wiskunde en promoveerde daarin, voordat ze journalist werd bij The Economist, waar ze van 2005 tot 2022 werkte, onder meer als correspondent en als sectie-editor. In 2017 stuitte ze op de opkomst van het idee dat man- of vrouw-zijn een kwestie van zelfverklaring zou zijn, een onderwerp dat haar niet meer losliet en uitmondde in haar boek Trans, dat in een latere editie verscheen als Trans: gender identity and the new battle for women's rights. Inmiddels werkt ze parttime voor de campagnegroep Sex Matters, die pleit voor duidelijkheid over sekse in beleid en wetgeving. In dit Engelstalige interview legt ze uit waarom ze genderideologie beschrijft als een soort nieuwe religie.
Een goddeloze neo-religie
Volgens Joyce gedraagt de transbeweging zich niet als een gewone burgerrechtenbeweging maar als een religie zonder god. Ze stelt dat aanhangers een metafysische claim over mensen verdedigen, vergelijkbaar met geloof in een ziel, namelijk dat iedereen een innerlijke genderidentiteit heeft die bepaalt of je een man of vrouw bent. Omdat de samenleving dit niet als religie behandelt maar als rechtenkwestie, wordt het volgens haar niet getemd zoals andere overtuigingen wel zijn, en blijft het onverdraagzaam tegenover wie het niet deelt. Ze noemt het bovendien een claim die feitelijk weersproken kan worden: mensen zijn zoogdieren, zoogdieren kennen twee seksen, en geen enkel zoogdier verandert van sekse. Wie het toch betwist, krijgt volgens haar het verwijt van bigotterie, waardoor kritiek vrijwel onmogelijk wordt gemaakt.
Waarom mensen meegaan
Joyce zoekt de verklaring deels in de menselijke natuur: ons denken is volgens haar geëvolueerd om binnen de eigen groep te overleven, niet om gelijk te hebben. In een sterk gepolariseerd land als de Verenigde Staten raakte het idee verbonden met één politieke kant, waardoor afwijken neerkomt op het verlaten van je eigen stam. Ze beschrijft hoe mensen liever niet de gedachten denken die hen tot een onwelkome conclusie zouden leiden. Daarnaast wijst ze op de aantrekkingskracht van het bijzondere: juist het geloven in iets ongerijmds kan een gevoel van inwijding en hogere kennis geven. Dat ze er zelf weinig moeite mee heeft van anderen te verschillen, schrijft ze toe aan haar achtergrond en haar afkeer van vaste politieke etiketten.
Kinderen, geneeskunde en ontbrekend bewijs
Het scherpst is Joyce over medische ingrepen bij kinderen. Ze stelt dat gevoelens van genderdysforie bij de meeste kinderen vanzelf overgaan, vaak rond de puberteit, en dat zulke kinderen vaak homoseksueel blijken; behandeltrajecten noemt ze daarom een homofobe mensenrechtenschending. Ze vergelijkt de huidige praktijk met de lobotomie en met gedwongen sterilisaties uit het verleden. Goed bewijs dat operaties mensen beter laten voelen ontbreekt volgens haar, omdat klinieken zelden langetermijnonderzoek doen; een oude Zweedse studie naar mensen na een operatie liet juist verhoogde sterfte door zelfdoding zien. Ze beschrijft het systeem als een keten waarin niemand eindverantwoordelijkheid neemt, en wijst op richtlijnen van beroepsverenigingen die bronnen volgens haar onjuist weergeven. Detransitioners worden volgens haar als afvalligen behandeld, omdat hun ervaring twijfel zou zaaien over het hele bouwwerk.
Bronnen
Let op: deze video is Engelstalig. Bekijk onze Verhalen voor Nederlandstalige getuigenissen.