Jamie Reed — eerste grote interview na aanklacht bij procureur-generaal Missouri
Jamie Reed diende in 2023 een formele klacht in bij de procureur-generaal van Missouri over de genderkliniek voor kinderen waar ze werkte.
Over Jamie Reed
Jamie Reed werkte als casemanager bij het pediatrische transgender-zorgcentrum van de Washington University School of Medicine, verbonden aan het St. Louis Children's Hospital. Ze heeft een bachelor in culturele antropologie en een master in clinical research management, een opleiding die haar sterk op data en datasets richtte. Reed beschrijft zichzelf als iemand uit de queer-gemeenschap die aanvankelijk volledig overtuigd was van genderaffirmatieve zorg voor jongeren. In dit gesprek met Stella O'Malley en Sasha Ayad vertelt ze in haar eerste uitgebreide interview hoe ze klokkenluider werd en in 2023 een formele klacht indiende bij de procureur-generaal van Missouri. Aan haar zijde zit haar advocaat Bernadette Broyles, president en general counsel van een juridische belangenorganisatie die kindergezondheid en ouderrechten verdedigt.
Wat Reed zag in de kliniek
Reed kwam binnen in de veronderstelling dat ze deel zou uitmaken van een multidisciplinair team dat richtlijnen volgde, waarbij sommige patiënten niet aan de criteria zouden voldoen. In de praktijk zag ze het tegenovergestelde: vrijwel iedere patiënt die binnenkwam werd als geschikte kandidaat voor medische behandeling beoordeeld. Ze beschrijft patiënten met onopgeloste psychische aandoeningen zoals borderline, mogelijke schizofrenie, autisme en ADHD die toch werden doorgelaten, en gevallen waarin medicatie werd ingezet zonder duidelijke genderindicatie. Volgens haar werden jongeren goedgekeurd die nooit door het Nederlandse protocol zouden zijn gekomen. Wanneer zij en een collega in teamoverleg twijfels uitten, werden zij overruled en kreeg de patiënt alsnog een recept.
Toestemming, ouders en schade
Reed vertelt dat het centrum geen schriftelijke toestemming van ouders vroeg; instemming werd mondeling geregeld tijdens een afspraak van een uur. Ouders gaven aan zich onder druk gezet of machteloos te voelen, maar volgens haar leidde dat niet tot een pauze in de behandeling. In teamoverleg werden bezorgde ouders soms belachelijk gemaakt. Ze beschrijft jongeren die na een blocker of testosteron in de follow-up vertelden dat hun mentale gezondheid juist verslechterde, met meer medicatie of zelfs suïcidepogingen, en lichamelijke achteruitgang zoals stijgende BMI, slechte cholesterol en slaapapneu. Ook noemt ze borstoperaties bij minderjarigen en een geval van iemand die kort na de operatie spijt uitte. Het uitvalpercentage (loss to follow-up) lag volgens haar rond de 30 procent.
Van twijfel tot klokkenluider
Reed begon namen van patiënten te noteren om hen niet te vergeten, en bouwde geleidelijk een dataset op. Ze probeerde jarenlang intern verandering te bewerkstelligen, maar kreeg vooral kritiek op haar toon. Een keerpunt kwam bij een teamretraite waarin administrators volgens haar zeiden dat ze volledig "aan boord" moest komen of weg moest, en een collega niet langer mocht zeggen "ik heb zorgen over deze patiënt". Reed verdiepte zich daarna in de richtlijnen (WPATH SOC 7 en SOC 8, de endocriene richtlijnen) en de onderliggende data. Broyles legt uit dat de juiste weg liep via de procureur-generaal van Missouri, die Reed klokkenluidersbescherming kon bieden en een onderzoek door de licentieraden en sociale diensten in gang zette. Beiden benadrukken de professionele verantwoordelijkheid van behandelaars en moedigen andere bezorgde zorgverleners aan om vergelijkbare bescherming te zoeken.
Bronnen
Let op: deze video is Engelstalig. Bekijk onze Verhalen voor Nederlandstalige getuigenissen.