Prof. Kathleen Lowrey — Gynecoologie — de antropologie van vrouwen
Professor Kathleen Lowrey van de Universiteit van Alberta spreekt over haar vakgebied gynecoologie — de antropologie van vrouwen — en verdedigt het
Over Kathleen Lowrey
Kathleen Lowrey is antropoloog en universitair hoofddocent aan de University of Alberta in Edmonton, Canada. Het grootste deel van haar veldwerk deed zij in het laagland van Bolivia. In 2020 werd zij uit een bestuurlijke functie ontheven na een campagne van studenten, collega's en bestuurders die haar gestraft wilden zien omdat zij weigerde de genderideologie te volgen; haar vakbond voert hierover nog steeds een juridische strijd. In deze lezing introduceert zij wat zij "gynecoologie" noemt: een verzonnen woord voor de vraag hoe de antropologie eruit zou zien als we het menselijke verhaal vanuit vrouwen zouden vertellen.
Een feministische antropologie die haar weg kwijtraakte
In de jaren zeventig ontstond er volgens Lowrey een bloei van belangstelling voor het menselijke verhaal vanuit vrouwen, als reactie op het beeld van "man the hunter". Onderzoek liet zien dat in jager-verzamelaarssamenlevingen het verzamelen door vrouwen het grootste deel van de calorieën levert, terwijl het jagen door mannen meer aandacht trekt. Vanaf de jaren tachtig werd die lijn echter teruggedrongen. Lowrey wijst op het essay "A Cyborg Manifesto" van Donna Haraway als voorbeeld van dat terugdringen. Ze stelt dat een feminisme dat alleen maar wil aantonen dat vrouwen ook doen wat mannen doen, geen echt feminisme is. Een recente studie die beweerde dat vrouwen in de meeste samenlevingen veel jagen, noemt zij onjuist en symptomatisch voor het nemen van mannelijk gedrag als maatstaf voor de mens.
De waterzij-aap en de betekenis van vet
Tegenover de gangbare savanne-hypothese — waarin de mens rechtop ging lopen door "persistence hunting" op een droge vlakte — plaatst Lowrey een oud alternatief dat nieuwe steun krijgt: de aquatische-aap-hypothese. Die werd in 1960 geopperd door Alister Hardy en uitgewerkt door Elaine Morgan in haar boek "The Descent of Woman" (1972). De hypothese stelt dat de mens een fase doormaakte met een nijlpaardachtige, deels in het water gebonden leefwijze. Lowrey noemt vet als kernpunt: mensen hebben, anders dan apen, vet strak onder de huid; onze hersenen zijn vetrijk en onze baby's zijn opvallend mollig. Onderzoekers als Stephen Cunnane wijzen erop dat het bouwen van een groot brein voedingsstoffen vereist die ruim aanwezig zijn in vis en schelpdieren. Erika Schagatay onderzoekt de duikcapaciteit van mensen, die in de buurt komt van zeezoogdieren en bij mannen en vrouwen vergelijkbaar lijkt. Ook vrijwillige ademcontrole — voorwaarde voor spraak — past in dit beeld.
De grootmoeder-hypothese
Lowrey bespreekt verder de grootmoeder-hypothese, in 1997 naar voren gebracht door Kristen Hawkes op basis van werk bij de Hadza in Tanzania. Grootmoeders leveren daar veel calorieën en zorg aan hun kleinkinderen. De hypothese biedt een verklaring voor de menselijke menopauze: vrouwen blijven na hun vruchtbare jaren waardevol doordat zij hun dochters helpen bij het grootbrengen van kwetsbare, hulpbehoevende baby's. Dit raakt aan de verschillen tussen de voortplantingsstrategieën van mannen en vrouwen, gekoppeld aan de productie van kleine en grote geslachtscellen. Lowrey wijst erop dat menopauze ook voorkomt bij enkele zeezoogdieren, zoals orka's, die in matriarchale groepen leven. Haar slotsom: het menselijke verhaal kan ook verteld worden vanuit overvloed, vet, grootmoeders en moeders — "zachte" aspecten die in de archeologie slecht bewaard blijven, maar waarvan de uitwissing in onderzoek én beleid voor vrouwen niet houdbaar is naarmate er meer bewijs komt.
Bronnen
Let op: deze video is Engelstalig. Bekijk onze Verhalen voor Nederlandstalige getuigenissen.