Dr. Kathleen Stock over haar boek Material Girls — interview met Genevieve Gluck
In dit interview met Genevieve Gluck bespreekt Stock haar motivatie voor het schrijven van "Material Girls" en reageert ze op de kritiek die ze ontving. Ze gaat in op de verbinding tussen vrouwenrechten en de erkenning van biologisch geslacht. Het is een van de eerder gepubliceerde interviews die haar standpunten helder samenvat.
Over Kathleen Stock en dit interview
In dit gesprek met Genevieve Gluck voor Women's Voices spreekt Kathleen Stock, filosoof aan de University of Sussex, over haar boek Material Girls: Why Reality Matters for Feminism. Stock schreef eerder academische artikelen over esthetiek, seksuele objectificatie en de invloed van genderideologie op de rechten van vrouwen en meisjes. Ze vertelt dat ze het boek schreef nadat ze in blogposts had geprobeerd andere academici aan te zetten tot discussie, maar vooral angst aantrof om kritisch te zijn op enig aspect van genderidentiteitsideologie. Uiteindelijk besloot ze het boek zelf te schrijven, omdat niemand anders dat binnen de filosofie leek te doen.
Waarom geslacht volgens haar uitmaakt
Stock beschrijft de opbouw van haar boek: ze schetst eerst enkele grote momenten in de geschiedenis van het denken over genderidentiteit, waaronder de uitspraak van Simone de Beauvoir dat men niet als vrouw geboren wordt maar er een wordt. Vervolgens behandelt ze wat biologisch geslacht is en gaat ze kritisch in op denkers als Judith Butler, Donna Haraway en Anne Fausto-Sterling. Ze benoemt vier gebieden waar geslacht volgens haar onmiskenbaar verschil maakt: geneeskunde, sport, seksuele oriëntatie en statistieken over seksueel geweld. Een apart hoofdstuk gaat over de vraag wat een vrouw is, omdat binnen de filosofie vaak wordt gesteld dat geslacht bestaat maar dat "vrouw-zijn" daar niet mee samenvalt.
Objectificatie, fictie en technologie
Stock legt een verband tussen de objectificatie van vrouwen en genderideologie: het idee dat vrouwelijkheid een uiterlijk of een "kostuum" is, past volgens haar bij een blik die vrouwen tot esthetische oppervlakken reduceert. Ze bespreekt in dit kader het werk van Andrea Long Chu en het concept autogynefilie, en pleit voor een volwassen gesprek daarover wanneer het gaat over voorheen seksegescheiden ruimtes. Als filosoof van fictie betoogt ze dat het idee dat iemand van geslacht kan veranderen neerkomt op onderdompeling in een fictie, en dat het problematisch wordt wanneer instituties en wetten die fictie verplicht opleggen. Ze ziet ook een verband met technologie: schermen maken het makkelijk een persona te cureren zonder feedback uit de echte wereld.
Kinderen, puberteitsremmers en aangeboren identiteit
Stock zegt niet te geloven in een aangeboren genderidentiteit waarmee men geboren wordt. Ze waarschuwt dat het beeld van een innerlijke, authentieke identiteit ook op kinderen wordt geprojecteerd. Puberteitsremmers zijn volgens haar op onverantwoorde wijze geïntroduceerd, gepresenteerd met de metafoor van het "op pauze zetten" van de puberteit, terwijl de langetermijneffecten slecht begrepen zijn en signalen over zaken als botdichtheid niet geruststellend zijn. Ze wijst erop dat veel van deze kinderen autistisch of op hetzelfde geslacht gericht zijn, of trauma in hun achtergrond hebben dat onvoldoende wordt onderzocht. Ze vindt het zorgwekkend dat delen van de medische en psychologische professie de uitgangspunten kritiekloos hebben overgenomen, met eervolle uitzonderingen. Wel hoopt ze dat in het Verenigd Koninkrijk de bestaande infrastructuur gaat helpen om deze behandelingen te onderzoeken. Tot slot benadrukt ze dat materieel feminisme zich op vrouwen als geslacht mag richten, en daarna pas de bredere discussie kan beginnen.
Bronnen
Let op: deze video is Engelstalig. Bekijk onze Verhalen voor Nederlandstalige getuigenissen.