Leor Sapir — hoe genderideologie is ingebed in Amerika
Leor Sapir van het Manhattan Institute bespreekt in dit interview hoe genderideologie de afgelopen jaren is doorgevoerd in Amerikaanse publieke
Over Leor Sapir
Leor Sapir is verbonden aan het Manhattan Institute en houdt zich bezig met de vraag hoe genderideologie zo snel en zo breed in Amerikaanse instellingen verankerd is geraakt. In deze lezing richt hij zich op twee terreinen: het basis- en middelbaar onderwijs en de gezondheidszorg. Zijn centrale vraag, met een knipoog naar Winston Churchill, is hoe een kleine minderheid erin slaagde om in zo'n kort tijdsbestek een verstrekkende opvatting over de mens te institutionaliseren, terwijl andere burgerrechtenbewegingen daar tientallen of honderden jaren over deden. Sapir erkent dat verklaringen als "follow the money" of de invloed van denkers als Judith Butler iets verklaren, maar legt de nadruk op iets dat volgens hem vaak over het hoofd wordt gezien: het Amerikaanse uitzonderingskarakter en de zogeheten burgerrechtenstaat.
De burgerrechtenstaat en het onderwijs
Sapir beschrijft de "civil rights state" als het uitgebreide geheel van wetten, rechterlijke uitspraken, regelgeving, richtlijnen en schikkingen rond discriminatie. Volgens hem is de complexiteit daarvan geen ongelukkig bijproduct, maar vaak juist het instrument: hoe ingewikkelder de regels, hoe moeilijker het voor het publiek is om mee te kijken. Hij schetst hoe het Office for Civil Rights binnen het Department of Education vanaf 2010 stap voor stap pesten herdefinieerde als seksegerelateerde intimidatie en later intimidatie op basis van genderidentiteit daaronder bracht, onder meer via een eenzijdige "dear colleague letter". Hij verwijst naar de zaak rond Gloucester County in Virginia en de uitspraak van het vierde gerechtshof, waarbij de rechter zich naar een ambtelijke brief voegde en het bureau zich vervolgens weer op de rechter beriep. Zo ontstond regelgeving zonder duidelijke wettelijke basis.
Regelgeving via gemachtigden
Sapir wijst op drie factoren bij institutionele overname: prikkels, organisatiecultuur en eigenbelang van regelgevers. Tegenover sterk gecoördineerde belangenorganisaties staat een verdeeld en ongeorganiseerd publiek. Doordat de regels vaag blijven, willen schoolbestuurders en hun juristen vooral onzekerheid en juridisch risico vermijden. Een manier om dat te doen is zich te schikken naar precies die organisaties die anders zouden klagen of procederen. Dit noemt Sapir "regulation by proxy": een soort uitruil waarbij scholen activistische organisaties laten meebeslissen over beleid in ruil voor het uitblijven van klachten of rechtszaken. Hij illustreert dit met gedetailleerde modeldocumenten en steunplannen, waarin onder meer staat wanneer en of ouders worden geïnformeerd.
De gezondheidszorg en het Amerikaanse uitzonderingskarakter
Voor de zorg vergelijkt Sapir Europa met de Verenigde Staten. In verschillende Europese landen leidden klachten, zorgen van clinici en systematische bewijsbeoordelingen tot bijgestelde richtlijnen. Hij wijst op gecentraliseerde, genationaliseerde zorgstelsels met meer hiërarchie en aanspreekbaarheid als verklaring voor die corrigerende mechanismen. De Verenigde Staten missen die volgens hem door een laat en gefragmenteerd ontwikkelde verzorgingsstaat, sterke decentralisatie, onafhankelijke rechters die zich vaak naar medische verenigingen voegen, een gepolitiseerde bureaucratie en een cultuur van wantrouwen tegenover centraal gezag en denken in individuele rechten. Daardoor wordt gendertransitie er behandeld als een burgerrechtenkwestie. Sapir pleit voor een omkering: behandel het als een medisch en psychisch vraagstuk met burgerrechtelijke implicaties, en werk binnen het bestaande politieke stelsel om de discussie te depolariseren.
Bronnen
Let op: deze video is Engelstalig. Bekijk onze Verhalen voor Nederlandstalige getuigenissen.