Dr. Lisa Littman — ROGD en detransitie-onderzoek
Dr. Lisa Littman bespreekt in dit podcast-interview haar onderzoek naar zowel Rapid Onset Gender Dysphoria als detransitie.
Over Dr. Lisa Littman
In deze aflevering van de podcast Transparency van de Gender Dysphoria Alliance, gepresenteerd door Aaron Kimberly, is Dr. Lisa Littman te gast. Littman is bekend geworden doordat zij de term Rapid Onset Gender Dysphoria (ROGD) bedacht en heeft daarnaast onderzoek naar detransitie gepubliceerd. Haar achtergrond ligt in public health en zij werkte eerder als gynaecoloog. Volgens haar eigen verhaal ontstond haar belangstelling toen zij in haar woonomgeving opmerkte dat het ene na het andere kind binnen dezelfde vriendengroep zich als trans ging identificeren, terwijl deze tieners als kind geen tekenen van genderdysforie hadden vertoond. Niet de clustering maar vooral de onwaarschijnlijke aantallen in een kleine plaats trokken eerst haar aandacht.
Het ontstaan van de term ROGD
Littman koos voor de term Rapid Onset Gender Dysphoria omdat zij een korte, beschrijvende en naar eigen zeggen neutrale aanduiding nodig had voor het verschijnsel dat zij beschreef: tieners zonder eerdere signalen die zich plotseling, vaak in vriendengroepen, als gender-dysfoor gingen identificeren. Zij benadrukt dat haar studie vroeg, verkennend en beschrijvend onderzoek is, gebaseerd op rapportages van ouders, en dat de conclusie luidde dat meer onderzoek nodig is. Tot haar verbazing kwam er binnen dagen na publicatie veel weerstand via sociale media, en organisaties zoals WPATH en CPATH publiceerden binnen korte tijd verklaringen waarin zij het concept afwezen. Volgens Littman is sinds de publicatie juist meer ondersteunend materiaal verschenen, onder meer redactionele bijdragen van clinici en reacties van detransitioners die zeiden hun eigen ervaring erin te herkennen.
Bevindingen uit het detransitie-onderzoek
Voor haar detransitie-studie benaderde Littman bewust uiteenlopende gemeenschappen met verschillende opvattingen, waardoor haar steekproef een breder scala aan ervaringen bevatte dan studies die zich op één groep richten. In het interview noemt zij dat ongeveer 29 procent van de verhalen ging over detransitie vanwege discriminatie of externe druk, terwijl 58 procent tot de overtuiging kwam dat hun genderdysforie samenhing met een psychische aandoening of trauma. Bijna een kwart had moeite zichzelf als lesbisch, homo of biseksueel te accepteren. Slechts ongeveer 24 procent ging terug naar de clinicus die de transitie had begeleid. Daardoor, stelt zij, zien zorgverleners maar een klein deel van de mensen met spijt. Redenen om niet terug te keren waren onder meer schaamte, het gevoel dat de clinicus het niet wilde horen, of simpelweg verder willen met het leven.
Zorgvuldige evaluatie en exploratieve therapie
Beide gesprekspartners pleiten niet voor het afschaffen van transitie, maar voor zorgvuldige evaluatie en het stellen van de juiste diagnose, omdat sommige mensen door transitie geholpen en anderen geschaad worden. Kimberly beschrijft de eigen transitie als een proces dat hielp, en bespreekt zorgen over de invloed van queer theory op jongeren. Littman verwijst naar exploratieve, niet-sturende psychotherapie en noemt het werk van Anastassis Spiliadis, die een gender-exploratief model beschreef. Beiden benadrukken het belang van volledige informatie voor wie een beslissing over transitie neemt, en aandacht voor factoren als adolescentie, autisme en ADHD. Littman licht ook toe waarom zij de term natale sekse verkiest boven toegewezen geslacht bij de geboorte, vanuit haar achtergrond in de verloskunde.
Bronnen
Let op: deze video is Engelstalig. Bekijk onze Verhalen voor Nederlandstalige getuigenissen.