Dr. Lisa Littman over Rapid Onset Gender Dysphoria en de tienertrend
Dr. Lisa Littman is de onderzoeker die in 2018 het fenomeen Rapid Onset Gender Dysphoria (ROGD) beschreef — de plotselinge opkomst van genderdysforie bij
Over Lisa Littman
Dr. Lisa Littman is arts en onderzoeker die destijds verbonden was aan Brown University. In dit gesprek met Megyn Kelly vertelt ze hoe ze als naar eigen zeggen liberale, pro-LGBT-georiënteerde wetenschapper iets opmerkelijks zag: een ongewoon aantal tieners, en met name meisjes, dat plotseling aankondigde transgender te zijn. Die toename leek haar statistisch niet te kloppen en bracht haar ertoe het verschijnsel te onderzoeken. Daaruit kwam het begrip "rapid onset gender dysphoria" (ROGD) voort, dat ze beschrijft als een mogelijk via leeftijdsgenoten en cultuur overgedragen patroon. Ze benadrukt dat ROGD geen formele diagnose is en dat haar eerste studie op ouderrapportages berust.
De plotselinge toename onder tienermeisjes
Littman schetst hoe de patiëntenpopulatie van gespecialiseerde genderklinieken in korte tijd sterk veranderde. Waar genderdysforie historisch vaker bij jongens en mannen voorkwam, verschoof het beeld naar overwegend tienermeisjes. Ze noemt cijfers die volgens haar bij de klinieken werden gezien, waaronder een sterke stijging van het aantal meisjes bij de Britse genderkliniek. Volgens haar is de gangbare verklaring, namelijk dat meer maatschappelijke tolerantie tot meer openlijke identificatie leidt, op zichzelf positief, maar onvoldoende om zo'n grote en snelle verschuiving te verklaren. Bij zo'n dramatische verandering in het patiëntenprofiel hoort volgens haar de vraag of het om hetzelfde verschijnsel gaat en of de gangbare behandeling deze groep helpt of schaadt.
Twee modellen en de rol van onderliggende problematiek
In het gesprek stelt Littman twee benaderingen tegenover elkaar. Het ene is een ontwikkelingsmodel waarin genderdysforie kan voortkomen uit uiteenlopende oorzaken, zoals trauma, moeite met het accepteren van een homoseksuele of lesbische oriëntatie, of andere psychische kwetsbaarheden, met per situatie een passende behandeling. Het andere is volgens haar een vereenvoudigd model van "één oorzaak, één behandeling", waarin transitie de standaardoplossing is. Ze wijst erop dat in haar onderzoek een aanzienlijk deel van de jongeren vóór de dysforie al een psychische diagnose of neurologische ontwikkelingsstoornis had, zoals depressie, angst, ADHD of autisme. Ze pleit voor een grondige evaluatie, terwijl het volgens haar steeds meer taboe wordt om over mogelijke onderliggende oorzaken te spreken. Ook benoemt ze de rol van sociale media en vriendengroepen waarin opvallend veel leden zich in een vergelijkbare periode als transgender gingen identificeren.
Tegenreactie, detransitie en voorzichtigheid
Littman beschrijft de felle reactie op haar eerste publicatie: kritiek op haar methode, een aangepaste herziening van het artikel en persoonlijke verwijten. Ze plaatst dit in de context van wat zij "isolated calls for rigor" noemt, waarbij dezelfde methode wordt geprezen of afgekeurd afhankelijk van of de uitkomst aansluit bij iemands overtuiging. Daarna deed ze onderzoek onder detransitioners: mensen die een transitie begonnen en die later terugdraaiden. Een deel van hen gaf aan dat hun dysforie samenhing met trauma of een psychische aandoening en dat zij zich onvoldoende geëvalueerd voelden. Ze wijst erop dat landen als Zweden, Finland en het Verenigd Koninkrijk inmiddels voorzichtiger omgaan met ingrijpende interventies bij jongeren, en dat de bewijskracht voor deze behandelingen volgens beoordelingen laag is. Tot slot bespreekt ze haar vertrek bij Brown en het verlies van een adviesfunctie.
Bronnen
Let op: deze video is Engelstalig. Bekijk onze Verhalen voor Nederlandstalige getuigenissen.