Dr. Lisa Littman: ROGD terugblik — The Bigger Picture Conference
Dr. Lisa Littman bespreekt haar ROGD-onderzoek en de storm die volgde. Nieuwe evidentie, wetenschappelijke lessen en de politieke reactie op haar bevindingen.
Over Dr. Lisa Littman
In deze presentatie op The Bigger Picture Conference blikt Dr. Lisa Littman terug op haar onderzoek, bijna vijf jaar na de publicatie van haar artikel waarin zij ouders bevroeg. Zij benadrukt eerst haar uitgangspunten: zij staat positief tegenover LGBT-personen en zegt zich in te zetten voor de gezondheid en het welzijn van iedereen die genderdysforie ervaart. Daarbij noemt zij uitdrukkelijk mensen die desisten, mensen bij wie de dysforie aanhoudt, mensen die transitioneren en mensen die detransitioneren. Volgens haar raakt dit grotere geheel vaak ondergesneeuwd in het debat, en zijn onderzoeksvragen nodig om verschijnselen beter te begrijpen, zeker wanneer die afwijken van eerder bekende beelden.
Wat is ROGD?
Littman bedacht de term rapid onset gender dysphoria (ROGD) om een verschijnsel te beschrijven waarbij adolescenten of jongvolwassenen die tijdens hun kindertijd onvoldoende tekenen van genderdysforie hadden, deze tekenen pas tijdens of na de puberteit voor het eerst gaan vertonen. Zij erkent dat het concept controversieel is en op sterke weerstand stuit. Uit haar artikel uit 2018 kwamen drie hoofdhypothesen voort: dat dit late begin een nieuw ontwikkelingspad naar genderdysforie kan zijn; dat sociale invloeden zoals sociale besmetting, sociale media en groepsdruk kunnen bijdragen; en dat genderdysforie en transgenderidentificatie voor sommigen een ontoereikende manier van omgaan met andere stressfactoren kunnen vormen, zoals psychische problemen, trauma of moeite met het accepteren van een lesbische, homoseksuele of biseksuele identiteit.
Het detransitie-onderzoek
Het grootste deel van haar verhaal gaat over haar eerste detransitiestudie, een verkennend onderzoek met anonieme vragenlijsten onder honderd deelnemers die medisch waren getransitioneerd en daarna medisch detransitioneerden. Zij werkte samen met twee mensen die zelf detransitioneerden en wierf bewust onder gemeenschappen met uiteenlopende opvattingen. De groep was overwegend vrouwelijk en kwam vooral uit de Verenigde Staten, het Verenigd Koninkrijk en Canada. Ongeveer de helft gaf aan dat de dysforie tijdens of na de puberteit begon, en ongeveer de helft had een psychiatrische diagnose vóórdat de dysforie ontstond. De meest genoemde transitiestap waren cross-sekse hormonen, en stoppen daarmee was de meest genoemde detransitiestap. Bij de survey identificeerde een ruime meerderheid zich weer met het geboortegeslacht.
Bevindingen en vervolg
Deelnemers noemden uiteenlopende redenen om te transitioneren en te detransitioneren. Een veelgenoemde reden om te detransitioneren was dat hun persoonlijke definitie van man en vrouw veranderde; andere redenen waren medische complicaties, uitblijvende of verslechterde psychische gezondheid, en het besef dat de dysforie samenhing met een onderliggende aandoening of trauma. Verschillende uitkomsten wezen op de rol van sociale invloeden, en velen vonden de evaluatie vóór transitie niet toereikend. Littman wijst erop dat veel detransitioners hun behandelaar niet inlichten over de detransitie. Tot slot bespreekt zij lopende projecten, waaronder een grootschalige internationale studie met Dr. Ken Zucker en Dr. Mike Bailey die genderdysfore jongeren en hun ouders meerdere jaren wil volgen, en zij doet een oproep tot financiering en steun.
Bronnen
Let op: deze video is Engelstalig. Bekijk onze Verhalen voor Nederlandstalige getuigenissen.