Dr. Lisa Littman over ROGD, de trans-trend onder tieners en intellectuele integriteit
Dr. Lisa Littman, onderzoeker die Rapid Onset Gender Dysphoria (ROGD) beschreef, bespreekt haar bevindingen over de plotselinge toename van
Over Lisa Littman
Dr. Lisa Littman is arts en onderzoeker die als verbonden hoogleraar aan Brown University werkte. Ze noemt zichzelf een liberale democraat met familie, vrienden en collega's uit de lhbt-gemeenschap. In dit gesprek met Megan Kelly vertelt ze dat ze een ongebruikelijk patroon opmerkte: een sterke toename van tieners, en in het bijzonder meisjes, die plotseling aangaven transgender te zijn. Als arts wilde ze begrijpen wat hier gebeurde, omdat dit afweek van wat in eerdere decennia bij genderdysfore jongeren werd waargenomen. Littman muntte de term Rapid Onset Gender Dysphoria (ROGD). Ze benadrukt dat dit geen formele diagnose is en dat haar werk hypothesen opwerpt die meer onderzoek vergen.
De plotselinge toename onder tieners
Littman legt uit dat genderdysforie historisch vaker voorkwam bij mannen, met meldingen uit de jaren zeventig waarbij de typische patiënt een man van middelbare leeftijd was. Ze maakt onderscheid tussen vroeg ontstane dysforie, die in de kindertijd begint, en laat ontstane dysforie na de puberteit. Volgens haar verschoof de populatie de afgelopen jaren naar overwegend tienermeisjes. In het verleden, zegt ze, herinnerden ouders en kind zich bij een dysfoor meisje meestal een sterk dysfore kindertijd; bij de nieuwe groep ontbreken die vroege, voor iedereen zichtbare signalen vaak. Ze noemt de verklaring dat enkel verminderd stigma de stijging veroorzaakt te eenvoudig en pleit ervoor verder te kijken naar mogelijk meerdere factoren.
Sociale invloed, onderliggende problemen en detransitie
In haar eerste studie verzamelde Littman informatie van ouders die op websites over plotselinge gendertransities posten. Ze beschrijft vriendengroepen waarin een groot deel van de jongeren in eenzelfde periode transgender ging identificeren, en verhalen van kinderen die hun conclusie herzagen na een zomer in een andere omgeving. Ze oppert dat transitie soms kan werken als een ontoereikende manier om met pijn om te gaan, met een parallel naar eetstoornissen. Ze wijst erop dat veel jongeren vooraf een psychische diagnose of neurologische ontwikkelingsstoornis hadden, zoals depressie, angst, ADHD of autisme. In haar detransitie-studie rapporteerden mensen over hun eigen ervaringen; een meerderheid vond dat hun evaluatie vooraf tekortschoot. Ze benadrukt dat dit een gelegenheidssteekproef is en niet representatief.
Twee modellen en het belang van open onderzoek
Littman schetst twee tegenovergestelde benaderingen. In het ontwikkelingsmodel kan dysforie uit verschillende oorzaken voortkomen, met per situatie een andere behandeling. In het versimpelde model is er één oorzaak en één behandeling: transitie. Ze pleit voor een grondige evaluatie en wijst erop dat landen als Zweden, Finland en het Verenigd Koninkrijk voorzichtiger worden omdat het bewijs voor ingrijpende, blijvende interventies bij jongeren volgens analyses van lage kwaliteit is. Na publicatie kreeg ze felle kritiek; Brown verving een persbericht door een verontschuldiging en het tijdschrift liet haar de studie herzien met meer nadruk op het ouderrapport. Ze benoemt ook steun van clinici en van trans- en lhb-personen die meer aandacht vragen voor verschillende soorten dysforie en voor detransitioners.
Bronnen
Let op: deze video is Engelstalig. Bekijk onze Verhalen voor Nederlandstalige getuigenissen.