Marcus en Susan Evans — klokkenluiders van de Tavistock-kliniek
Marcus Evans en zijn vrouw Susan Evans werkten beiden als psychiater bij de Tavistock Gender Identity Development Service (GIDS).
Over Marcus en Susan Evans
Marcus en Susan Evans zijn beiden psychotherapeut en werkten lange tijd in de Tavistock-kliniek in het Verenigd Koninkrijk. In dit gesprek met Benjamin Boyce vertellen ze over hun loopbaan, die begon in de verpleging en de psychiatrie en zich verbreedde naar psychoanalytische psychotherapie. Susan werkte vanaf ongeveer 2003 tot begin 2007 in deeltijd bij de Gender Identity Development Service (GIDS), Marcus zat ongeveer twintig jaar in de leiding van de Tavistock en was hoofd van de afdeling voor volwassenen en adolescenten. Beiden traden naar buiten als klokkenluider en ondervonden daarvan de gevolgen. Samen schreven ze het boek Gender Dysphoria: A Therapeutic Model for Working with Children, Adolescents and Young Adults.
De Tavistock en de GIDS
De Evansen leggen uit dat de Tavistock vooral bekendstond als opleidingsinstituut voor psychotherapie binnen de National Health Service, met een geschiedenis van zo'n honderd jaar in psychologische behandelingen. De genderkliniek was daarbinnen een late toevoeging en paste er volgens hen wat onwennig in, omdat die patiënten ineens ook chemisch behandelde. Toen Susan begon, was de GIDS de enige eenheid voor verwijzingen van kinderen onder de achttien met gendervragen, een zogeheten Tier 4-dienst met verwijzingen uit het hele land. Het team telde ongeveer zeven mensen en ontving naar haar herinnering niet meer dan zo'n zeventig tot honderd verwijzingen per jaar, met een meerderheid jongens. De eenheid was zo klein dat ze een tijd in een voormalige winkel langs de weg gehuisvest was.
Wat de klokkenluiders alarmeerde
Susan beschrijft een moment kort na haar aankomst dat ze een "jaw drop moment" noemt: een zestienjarige jongen werd na slechts enkele afspraken doorverwezen naar de endocriene kliniek voor puberteitsremmers. Door de grote reisafstanden zagen ze patiënten vaak maar eens in de drie of vier weken, waardoor zij de beoordeling te snel en te oppervlakkig vond. Het echtpaar plaatst dit tegenover hun gebruikelijke werkwijze, waarin een team een casus eerst samen bespreekt en onderzoekt. Ze wijzen erop dat bij de meeste psychologische problemen geprobeerd wordt de geest te behandelen, terwijl hier het lichaam wordt aangepast. Ze trekken een vergelijking met anorexia, waar men het lichaam juist niet meebeweegt met de wens van de patiënt. Volgens hen werkte de affirmatieve aanpak, mede aangejaagd door WPATH-richtlijnen, aantrekkelijk omdat die de pijnlijke, langzame psychologische arbeid leek te omzeilen, zonder dat er bewijs was dat puberteitsremmers werkelijk een pauze voor reflectie boden.
Geest, lichaam en nieuwsgierigheid
Een groot deel van het gesprek gaat over hun psychoanalytische kijk op de geest: het ontwikkelen van een ego dat de spanning kan dragen tussen hoe we onszelf zien en hoe de wereld ons ziet, en het opbouwen van veerkracht en nieuwsgierigheid. Ze vertellen dat veel jongeren die zij zien een sterk gevoel uiten ("ik haat dit lichaamsdeel") maar moeite hebben daarachter te kijken; hun taak is dan om die nieuwsgierigheid op gang te brengen. Susan en Marcus benadrukken dat ze niet tegen elke transitie zijn, maar het bij minderjarigen problematisch vinden, en dat hun werk iemand ook helpt als die later wél transitioneert. Ze uiten zorgen over de politisering van het klinische veld, het stilleggen van onderzoek en het risico dat gewone therapeutische nieuwsgierigheid als conversietherapie wordt bestempeld. Het gesprek raakt ook bredere maatschappelijke en culturele thema's, een anekdote over een lezing in Polen waar geen woord voor "gender" bleek te bestaan, en hun boek als introductie tot psychoanalytisch denken op dit gebied.
Bronnen
Let op: deze video is Engelstalig. Bekijk onze Verhalen voor Nederlandstalige getuigenissen.