Rapid-Onset Gender Dysphoria — Dr. Michael Bailey over ROGD
Psycholoog Dr. Michael Bailey analyseert het fenomeen van Rapid-Onset Gender Dysphoria (ROGD) — de plotselinge opkomst van trans-identificatie bij
Over Dr. Michael Bailey
In deze aflevering van de Aporia-podcast is Dr. Michael Bailey te gast, een seksonderzoeker die in zijn loopbaan werkte aan een breed scala aan controversiële onderwerpen: de genetica van seksuele oriëntatie, transgenderisme, rapid-onset genderdysforie, mannelijke biseksualiteit en parafilieën. Hij vertelt dat hij controverse niet opzoekt om te provoceren, maar empirisch het terrein opzoekt dat hij het belangrijkst en interessantst vindt. Zijn grootste angst, zegt hij, is iets onjuists beweren en verkeerde ideeën verspreiden. Bailey staat ook bekend om zijn pleidooi voor vrij onderzoek en vrije meningsuiting binnen de academische wereld.
Wat is rapid-onset genderdysforie?
Rapid-onset genderdysforie (ROGD) wordt in het gesprek omschreven als de situatie waarin een adolescent, meestal een meisje, ten onrechte gaat geloven dat ze trans is, zonder eerdere tekenen van genderdysforie of zelfs gendernonconformiteit in de kindertijd. Bailey beschrijft het verschijnsel als sociaal besmettelijk: het gebeurt vaak dat ook meerdere vriendinnen rond dezelfde tijd als trans naar buiten komen. Volgens hem was dit tot ongeveer tien jaar geleden zeer zeldzaam en kwam het twintig jaar geleden vrijwel nooit voor dat de genderdysforie bij meisjes pas in de adolescentie begon. Hij plaatst de gevoeligheid van jonge vrouwen voor sociale besmetting in een breder historisch patroon, met verwijzingen naar eerdere voorbeelden van vergelijkbare verschijnselen.
Het onderzoek met Suzanna Diaz
Bailey bespreekt een paper die hij publiceerde met de auteur Suzanna Diaz, zelf ouder van een kind met genderdysforie. Het ging om een onderzoek onder ouders via de website parents of ROGD kids, met volgens hem ongeveer 1655 mogelijke gevallen van kinderen tussen de elf en eenentwintig jaar. De belangrijkste bevindingen die hij noemt: de kinderen hadden gemiddeld al emotionele problemen, soms met formele diagnoses, die ongeveer vier jaar voorafgingen aan tekenen van genderdysforie. De grootste voorspellers van sociale transitie waren een voorgeschiedenis van psychische en emotionele problemen en het bezoeken van een genderspecialist. Ouders die met hun kind een genderspecialist bezochten voelden zich naar eigen zeggen vaak onder druk gezet om hun kind te laten transitioneren, en wanneer kinderen sociaal transitioneerden zagen ouders hun toestand verslechteren.
Onderzoek, kritiek en de academische wereld
Bailey benadrukt dat hij niet beweert dat zijn data de zaak voor ROGD sluitend bewijzen, maar dat de gegevens van bezorgde ouders evenveel meewegen als gegevens van enthousiaste ouders, en dat er beter onderzoek nodig is. Hij wijst erop dat de ouders in het onderzoek overwegend progressief en pro-lhbt waren. Volgens hem probeerden activisten, waaronder leiding van een wetenschappelijke organisatie, de publicatie tegen te houden, terwijl het tijdschrift waarin het verscheen volgens hem ruimte bleef bieden voor discussie. Hij betoogt dat een controversieel idee juist besproken en onderzocht zou moeten worden, en dat hij wil samenwerken aan goed onderzoek. Tot slot reflecteert Bailey op wat hij als een verslechtering van het klimaat voor vrij academisch onderzoek in de afgelopen jaren ziet, en op zijn betrokkenheid bij initiatieven die open onderzoek willen bevorderen.
Bronnen
Let op: deze video is Engelstalig. Bekijk onze Verhalen voor Nederlandstalige getuigenissen.