Dr. J. Michael Bailey over seksualiteit en genderidentiteit (Benjamin Boyce)
Dr. J. Michael Bailey, hoogleraar psychologie en seksualiteitsonderzoeker, gaat bij Benjamin Boyce in op de wetenschappelijke stand van zaken over
Over J. Michael Bailey
In deze aflevering van zijn interviewreeks spreekt Benjamin Boyce met J. Michael Bailey, psycholoog, hoogleraar en onderzoeker op het gebied van seksuologie, verbonden aan Northwestern University. Bailey is bekend van zijn werk over seksuele orientatie en werd eerder het onderwerp van Alice Dregers boek Galileo's Middle Finger, dat beschrijft welke problemen en aanvallen hij ondervond na het presenteren van onderzoek over autogynefilie. Het gesprek gaat uitgebreid in op verschillende vormen van genderdysforie en op de vraag waarom die anders ontstaan bij mannen en bij vrouwen. Bailey zegt zich niet zozeer zorgen te maken om zijn eigen positie, maar wel om wat er collectief nog onderzocht en geloofd mag worden.
Drie soorten genderdysforie
Bailey verwijst naar een blog die hij samen met Ray Blanchard schreef, met als kern dat genderdysforie niet een ding is. Hij onderscheidt drie soorten die volgens hem in betekenisvolle mate voorkomen. Het eerste type begint in de kindertijd, komt bij zowel jongens als meisjes voor en is sterk geassocieerd met latere homoseksualiteit: jongetjes die zich als het andere geslacht gedragen worden vaker homoseksuele mannen, meisjes die jongen willen zijn vaker lesbisch. Het tweede type noemt hij rapid-onset genderdysforie, die plotseling tijdens de adolescentie opkomt, vooral bij meisjes voorkomt en volgens hem pas de laatste tien jaar sterk is toegenomen. Hij vermoedt dat hier sprake is van sociale besmetting en trekt een parallel met de epidemieen van hervonden herinneringen aan misbruik en meervoudige persoonlijkheidsstoornis in de jaren tachtig en negentig. Het derde type komt alleen bij personen voor die als man geboren zijn.
Autogynefilie en erotische doelwitvergissing
Het derde type beschrijft Bailey als autogynefiele genderdysforie. Hij legt het uit als een seksuele conditie die op een orientatie lijkt: een man die zich tot vrouwen aangetrokken voelt, keert dat doelwit naar binnen en creeert een vrouwelijke persona als liefdesobject. Een vroeg teken is volgens hem dat een jongen ontdekt dat het hem opwindt om vrouwenkleding te dragen en zichzelf in de spiegel te bekijken. Bailey verwijst naar Ray Blanchards term erotic target location error en de specifiekere erotic target identity inversion, waarbij het doelwit naar het zelf wordt gekeerd. Hij benadrukt dat niet alle autogynefiele mannen genderdysforie hebben. In een uitstapje naar sekseverschillen verwijst hij naar onderzoek uit zijn lab, onder meer door Meredith Chivers, waaruit volgens hem blijkt dat opwindingspatronen bij mannen hun orientatie nauw volgen, terwijl die bij vrouwen veel minder specifiek zijn. Dat hangt volgens hem samen met het feit dat parafilieen vrijwel alleen bij mannen voorkomen.
Onderzoek, weerstand en omgang
Bailey onderscheidt zorgvuldig zijn vermoeden dat rapid-onset genderdysforie bestaat en sociaal besmettelijk is van de wetenschappelijke stand van zaken, die hij niet als bewezen presenteert. Hij wijst op de ene gepubliceerde studie van Lisa Littman, die hevig is aangevallen, en vindt het verkeerd dat men die uit ideologische motieven probeerde te laten terugtrekken. Hij bespreekt waarom volgens hem juist autogynefiele activisten weerstand bieden tegen het begrip, omdat het volgens hem een seksuele motivatie en een narcistische krenking impliceert. Hij verwijst naar Anne Lawrence en haar artikel Becoming What We Love. Op de vraag hoever de samenleving moet meebewegen, zegt Bailey persoonlijk vlot mee te gaan in voornaamwoorden en namen, maar zich te verzetten tegen de eis om ook op een bepaalde manier over iemand te moeten denken. Hij sluit af met de wens dat er opener over autogynefilie en over deze vormen van genderdysforie gesproken kan worden, omdat we zonder onderzoek niet weten wat mensen het beste helpt.
Bronnen
Let op: deze video is Engelstalig. Bekijk onze Verhalen voor Nederlandstalige getuigenissen.