Prof. Michael Biggs over slechte genderwetenschap aan Oxford
Socioloog Michael Biggs van de Universiteit van Oxford analyseert de wetenschappelijke gebreken in onderzoek naar genderzorg voor jongeren en hoe ideologie de wetenschappelijke kwaliteit heeft aangetast. Hij bespreekt specifieke studies, methodologische fouten en de druk op onderzoekers om resultaten in lijn te brengen met politieke verwachtingen.
Over Michael Biggs
Michael Biggs is socioloog aan de Universiteit van Oxford. Hij is geen medisch specialist, maar is geschoold in kwantitatieve methoden van de sociale wetenschappen. In dit gesprek vertelt hij hoe hij betrokken raakte bij het debat over genderzorg voor kinderen. Naar eigen zeggen stond hij in de jaren negentig, toen hij in Boston en aan Harvard studeerde, juist welwillend tegenover transthema's. Pas later ontdekte hij wat hij omschrijft als een onwerkelijke situatie waarin het zoeken naar waarheid was ondergeschikt geraakt aan activisme.
Hoe hij in het onderwerp rolde
Biggs beschrijft dat hij op Twitter las dat kinderen dezelfde medicijnen kregen als waarmee zedendelinquenten chemisch gecastreerd worden. Hij ging ervan uit dat dit een misverstand moest zijn, of dat de dosering veel lager zou liggen. Bij navraag bleek het volgens hem om hetzelfde middel te gaan, een gonadotropine-releasing hormoonagonist (in de Verenigde Staten Lupron), gebruikt als puberteitsremmer, en in dezelfde dosis. Daarnaast vertelt hij dat een discussie in zijn mastercollege sociologie over een Guardian-artikel over toenemende aantallen transkinderen leidde tot klachten van studenten dat bepaalde dingen niet gezegd hadden mogen worden. Dat was voor hem een eerste botsing met wat hij als een nieuw cultureel klimaat ervoer.
De Nederlandse en Britse studies
Volgens Biggs leunt de onderbouwing van puberteitsremmers grotendeels op Nederlands onderzoek uit het begin van de jaren 2000, uitgevoerd bij de Amsterdamse genderkliniek. Hij las de twee oorspronkelijke artikelen en vond er naar eigen oordeel weinig positief bewijs in; hij wijst er bijvoorbeeld op dat in een cohort van zeventig jongeren een sterfgeval voorkwam dat volgens hem werd weggeschreven. De Nederlandse aanpak verlaagde de leeftijd voor medische interventie van achttien naar twaalf jaar, met het argument dat puberteitsremmers omkeerbaar zouden zijn en als diagnostisch hulpmiddel dienden. Biggs plaatst daar vraagtekens bij, omdat in de praktijk vrijwel iedereen die met remmers begint doorgaat naar cross-sekse hormonen. Daarnaast vertelt hij dat de Britse Tavistock-kliniek probeerde de Nederlandse resultaten te herhalen, maar de uitkomsten jarenlang niet publiceerde. Toen hij in 2018 navraag deed, kreeg hij geen antwoord; volgens hem werden enkele negatieve resultaten, waaronder mogelijke toename van zelfbeschadiging bij meisjes, pas openbaar rond de juridische procedure in de zaak Keira Bell.
Ideologie, instellingen en academische vrijheid
Biggs beschrijft hoe hij binnen Oxford te maken kreeg met klachten, een petitie onder studenten en een college dat aanvoelde als een urenlange confrontatie, terwijl steun voor hem vooral privé werd geuit. Hij noemt dit een vorm van voorkeursvervalsing. Hij bespreekt ook de invloed van organisaties zoals Stonewall op universiteitsbeleid en de rol van queer theory in het Britse gevangenisbeleid, waarover hij publiceerde in de Journal of Controversial Ideas. Verder wijst hij op verschillen tussen Groot-Brittannië en de Verenigde Staten, waaronder het platform Mumsnet en een diverser medialandschap, die volgens hem ruimte gaven aan kritische, vaak feministische geluiden.
Bronnen
Let op: deze video is Engelstalig. Bekijk onze Verhalen voor Nederlandstalige getuigenissen.