Puberteitsblokkeerders — van nieuwsgierigheid naar onthulling (dr. Michael Biggs)
Dr. Michael Biggs, socioloog aan de Universiteit van Oxford, vertelt hoe zijn onderzoek naar puberteitsblokkeerders begon met nieuwsgierigheid maar leidde
Over Michael Biggs
Michael Biggs is socioloog en universitair hoofddocent aan de Universiteit van Oxford; eerder promoveerde hij aan Harvard. In dit gesprek met Stella O'Malley en Sasha Ayad in de podcast Gender: A Wider Lens vertelt hij hoe hij ooit een uitgesproken bondgenoot van de lhbt-beweging was in de jaren negentig. Zijn interesse in puberteitsblokkeerders ontstond toen hem opviel dat studenten in een sociologievak opvallend rigide reageerden zodra het over gender ging. Wat begon als nieuwsgierigheid groeide uit tot jarenlang onderzoek waarin hij, zoals de presentatoren het noemen, te werk ging als een detective.
Het Tavistock-onderzoek en verborgen resultaten
Biggs vertelt dat hij de Tavistock-kliniek (de Gender Identity Development Service voor kinderen) per e-mail om de uitkomsten van hun puberteitsblokkerstudie vroeg, maar geen antwoord kreeg, jaren nadat de studie in 2011 was gestart. Omdat goede resultaten doorgaans worden gepubliceerd, raakte hij wantrouwig. Via verzoeken op grond van de Freedom of Information Act vroeg hij het oorspronkelijke onderzoeksprotocol op. In jaarverslagen vond hij voorlopige resultaten die negatief waren: bij de eerste groep kinderen gingen sommige meisjes er slechter op vooruit en verbeterden de jongens niet. Volgens Biggs werden die uitkomsten niet gepubliceerd, terwijl de kliniek al naar buiten had gebracht dat de resultaten goed waren en de behandeling breder uitgerold zou worden. De data werden volgens hem pas vrijgegeven na de Keira Bell-zaak, waarin hij als deskundige optrad.
Kritiek op het Nederlandse protocol
Biggs richtte zijn aandacht vervolgens op Nederland, waar het gebruik van puberteitsblokkeerders in de vroege jaren 2000 begon en dat als het gold als de oorsprong van deze aanpak. Hij noemt Peggy Cohen-Kettenis als centrale figuur die de eerste kindergenderkliniek in Europa opzette en de puberteitsblokkeerders aanjoeg. In het toonaangevende artikel uit 2014 ziet hij zwakke onderbouwing: van de oorspronkelijke 70 jongeren overleed er één, en een deel van de positieve uitkomsten was gebaseerd op een veel kleiner aantal ingevulde vragenlijsten. Ook wijst hij op de nadruk op cosmetische uitkomsten zoals 'passen' en lengte, en op het wegvallen van eerdere erkenning dat veel kinderen met genderdysforie homoseksueel worden. Verder bespreekt hij dat puberteitsremming bij jongens kan leiden tot onvoldoende weefsel voor latere operaties, waardoor darmweefsel nodig is en het risico toeneemt.
Cijfers, suïcide en motieven
Met opnieuw een Freedom of Information-verzoek vroeg Biggs gegevens op over suïcide bij de Tavistock: vier sterfgevallen onder ongeveer 15.000 patiënten over vele jaren. Hij benadrukt dat elk sterfgeval een tragedie is, maar dat het werkelijke aantal lager ligt dan vaak wordt gesuggereerd in de stelling dat kinderen zouden overlijden zonder transitie. Een artikel hierover was moeilijk gepubliceerd te krijgen. Op de vraag naar zijn drijfveren zegt hij geen persoonlijk belang te hebben en geeft hij aan dat het hem om de waarheid gaat, mede mogelijk doordat zijn vaste aanstelling en de academische vrijheid in Oxford hem die ruimte bieden.
Bronnen
Let op: deze video is Engelstalig. Bekijk onze Verhalen voor Nederlandstalige getuigenissen.