Michael Biggs over puberteitsremmers: van nieuwsgierigheid tot onthulling
Michael Biggs vertelt hoe zijn onderzoek naar puberteitsremmers begon als academische nieuwsgierigheid maar uitmondde in een onthulling van ernstige methodologische problemen in het onderzoek dat dit beleid onderbouwde. Hij legt uit hoe data werd verdraaid, welke vragen niet werden gesteld en waarom dit zo lang onopgemerkt bleef.
Over Michael Biggs
Michael Biggs is socioloog en verbonden aan de Universiteit van Oxford. In dit gesprek met Stella O'Malley en Sasha Ayad van de podcast Gender: A Wider Lens vertelt hij hoe zijn interesse in puberteitsremmers ontstond. In de jaren negentig, tijdens zijn promotietijd aan Harvard, beschouwde hij zichzelf als bondgenoot van de lhbt-beweging. Pas rond 2016 of 2017 viel hem op hoe rigide zijn studenten over gendertransitie spraken. Vanuit zorg om academische vrijheid en uit nieuwsgierigheid begon hij de literatuur te bestuderen. Wat hij las stelde hem niet gerust, en zo veranderde hij naar eigen zeggen in een soort detective.
De Tavistock en verzwegen resultaten
Biggs richtte zich op de Tavistock-kliniek (Gender Identity Development Service), de grootste kinder-genderkliniek ter wereld, die in 2011 een onderzoek naar puberteitsremmers startte. Toen jaren later resultaten uitbleven, werd hij argwanend: goede uitkomsten worden doorgaans wel gepubliceerd. Via Freedom of Information-verzoeken vroeg hij het oorspronkelijke onderzoeksprotocol op en vond hij voorlopige resultaten in jaarverslagen. Die waren negatief: sommige meisjes gingen erop achteruit, de jongens verbeterden niet. De Nederlandse uitkomsten lieten zich in Engeland niet repliceren. Toch had kliniekhoofd Polly Carmichael al eerder publiekelijk gesproken over geweldige resultaten en de uitrol als landelijk beleid. De data werden pas vrijgegeven na zijn inspanningen en na de Keira Bell-zaak, waarin hij als getuige-deskundige optrad. Zijn werk droeg bij aan de Cass Review, die uiteindelijk leidde tot de sluiting van de Tavistock-dienst.
Het Nederlandse protocol kritisch bekeken
Vervolgens onderzocht Biggs het Nederlandse protocol, vaak de gouden standaard genoemd, opgezet door onder anderen Peggy Cohen-Kettenis. Hij plaatst kanttekeningen bij de invloedrijke studie van De Vries et al. uit 2014: van de zeventig kinderen overleed er één, aan necrotiserende fasciitis. Volgens Biggs hield dit overlijden waarschijnlijk verband met de puberteitsremming, omdat bij de operatie darmweefsel werd gebruikt. Bovendien waren sommige positieve uitkomsten op een veel kleiner aantal kinderen gebaseerd, omdat niet iedereen de vragenlijsten invulde. Hij wijst ook op de logische breuk rond de leeftijd van twaalf jaar, op het verdwijnen van eerdere erkenning dat veel kinderen homoseksueel worden, en op de sterke nadruk op cosmetische uitkomsten zoals lichaamslengte, terwijl onderwerpen als cognitieve ontwikkeling nauwelijks werden onderzocht.
Taal, motivatie en gevolgen
Biggs ziet geen kwade opzet bij de clinici, maar wel een neiging om patiënten te geven wat zij vroegen en daarbij de weg van de minste weerstand te kiezen. Hij benadrukt het belang van duidelijke taal in plaats van vage termen als gender-affirming care, zodat patiënten en ouders werkelijk begrijpen wat ingrepen inhouden. Ook bespreekt hij zijn onderzoek naar zelfdodingscijfers: via Freedom of Information vond hij vier sterfgevallen onder vele jaren en duizenden patiënten, een tragisch maar lager getal dan vaak wordt gesuggereerd. Die uitkomst was, opvallend genoeg, moeilijk te publiceren.
Bronnen
Let op: deze video is Engelstalig. Bekijk onze Verhalen voor Nederlandstalige getuigenissen.