Prof. Mikael Landén over puberteitsblokkeerders en de Zweedse beleidswijziging (SEGM)
Prof. Mikael Landén, hoogleraar psychiatrie in Zweden, analyseert bij de Society for Evidence-Based Gender Medicine (SEGM) de wetenschappelijke basis voor
Over Mikael Landén
Mikael Landén is psychiater en hoogleraar psychiatrie in Zweden. Hij promoveerde in 1999 op een proefschrift over transseksualiteit. Zijn huidige hoofdvakgebied is de bipolaire stoornis, maar hij ziet nog steeds af en toe patiënten met genderdysforie. In deze presentatie voor de Society for Evidence-Based Gender Medicine (SEGM) bespreekt hij de wetenschappelijke onderbouwing van puberteitsremmers en de manier waarop het Zweedse beleid is veranderd.
Van afwachten naar behandelen, en de Zweedse beleidswijziging
Landén schetst dat Zweden tot rond de eeuwwisseling de overheersende aanpak van afwachtend volgen hanteerde voor kinderen, zonder medische ingrepen. In het begin van de jaren 2000 introduceerde een hoogleraar in Stockholm het Nederlandse protocol. In 2015 bracht de Zweedse evenknie van het Britse NICE, de National Board of Health and Welfare, formele richtlijnen uit met de aanbeveling dat de zorg puberteitsremmende hormoonbehandeling zou aanbieden aan jongeren om hun lijden te verminderen. Daarna gaf de overheid de National Board of Health and Welfare opdracht de richtlijnen te herzien. Het Zweedse orgaan voor health technology assessment, SBU, voerde een review uit waarvan de resultaten in 2022 werden gepresenteerd. Op basis daarvan veranderde de National Board of Health and Welfare haar aanbeveling: omdat detransitie voorkomt en gendergerelateerde zorg de gezondheid en kwaliteit van leven kan schaden, terwijl er geen aangetoonde voordelen zijn, zou hormoonbehandeling niet voorgeschreven moeten worden, behalve binnen onderzoek en in uitzonderlijke gevallen.
De toename en de mogelijke verklaringen
Landén beschrijft de sterke stijging van genderdysforie, vergelijkbaar met die in andere westerse landen. In een Zweeds medisch tijdschrift schreef hij dat deze toename, die hij becijfert op 2.300% sinds 2010, om aandacht vraagt zoals bij elk ander medisch verschijnsel. Hij bespreekt verklaringen die hij onwaarschijnlijk acht. Beleidswijzigingen acht hij onwaarschijnlijk, omdat dezelfde verandering in dezelfde periode ook in het Verenigd Koninkrijk, de Verenigde Staten, Nederland, Noorwegen en Finland optrad. Veranderde houdingen ten opzichte van mensen met genderdysforie kan hij niet weerleggen, maar uit een eigen enquête in 2000 onder duizend willekeurig geselecteerde personen, met een respons van 70%, bleek de houding al overwegend positief. Meer media-aandacht acht hij eveneens onwaarschijnlijk, omdat het onderwerp altijd veel aandacht heeft gekregen. Als mogelijke oorzaken noemt hij diagnostische verschuiving, vergelijkbaar met de toename van autismediagnoses in Zweden, en het idee dat genderdysforie als verklaring voor ander psychisch lijden wordt gezien.
Methodologische problemen en conclusies
De review volgde het PRISMA-protocol en begon met zo'n 16.000 artikelen, waarvan er uiteindelijk 24 beoordeeld konden worden. De conclusie was dat er onvoldoende wetenschappelijk bewijs is om de effecten van puberteitsremmende behandeling op genderdysforie, psychosociaal functioneren, cognitie en lichaamsmaten te beoordelen. Wel werd enig bewijs gevonden dat de behandeling de tijdens de puberteit verwachte toename van botaanmaak vertraagt. Landén wijst op methodologische problemen zoals het ontbreken van gerandomiseerde studies en controlegroepen, kleine aantallen, selectiebias door uitval van deelnemers, regressie naar het gemiddelde en korte follow-up. Hij stelt dat onbekend is wat er gebeurt zonder ingreep, en pleit voor langdurig volgen van patiënten om voorspellers te vinden voor wie wel of niet in de transitiewens volhardt. Hij rekent zichzelf tot degenen die geloven dat sommige mensen baat hebben bij geslachtsaanpassing, en vreest dat onzorgvuldig gebruik van hormoonblokkers bij jongeren het vertrouwen in het hele vakgebied ondermijnt.
Bronnen
Let op: deze video is Engelstalig. Bekijk onze Verhalen voor Nederlandstalige getuigenissen.