De waarheid over geslacht en gender verkondigen — dr. Paul Hruz (HOPE 2022)
Dr. Paul Hruz spreekt op de HOPE 2022 conferentie over hoe we de wetenschappelijke en ethische waarheid over geslacht en gender kunnen verkondigen.
Over dr. Paul Hruz
In deze lezing op de HOPE 2022-conferentie spreekt dr. Paul Hruz, arts en wetenschapper, over de vraag hoe we volgens hem de wetenschappelijke en ethische waarheid over geslacht en gender kunnen verkondigen. Hij richt zich nadrukkelijk op een breed publiek — niet alleen artsen, maar ook geestelijken, betrokken familieleden en mensen die persoonlijk met het onderwerp te maken hebben. Zijn doel, zo zegt hij, is de toehoorders genoeg informatie te geven om het gesprek aan te kunnen gaan en de heersende ideologie te bevragen, met respect voor het lijden dat hij ziet bij mensen met genderdysforie.
Geslacht, gender en identiteit
Hruz maakt onderscheid tussen sekse — de biologische werkelijkheid van mannelijk en vrouwelijk in het kader van voortplanting — en gender als de manier waarop mensen zich sociaal verhouden als mannelijk of vrouwelijk. Hij stelt dat deze termen kunnen worden onderscheiden, maar niet volledig kunnen worden losgekoppeld. Genderidentiteit, waarbij iemand zichzelf als man of vrouw ervaart, ligt volgens hem aan de kern van het lijden dat hij bespreekt. Hij wijst erop dat sekse niet alleen in de geslachtsorganen ligt, maar in elke cel van het lichaam, en dat verschillen tussen mannen en vrouwen ook via epigenetica tot uiting komen. Mensen met geslachtsontwikkelingsstoornissen, waarbij sprake is van genitale ambiguïteit, noemt hij zeldzaam; in verreweg de meeste gevallen kan de sekse volgens hem worden herkend.
Drie benaderingen van genderdysforie
Hruz beschrijft drie benaderingen. De reparatieve benadering richt zich op het opnieuw afstemmen van de genderidentiteit op de biologische sekse via psychologische hulp; deze wordt volgens hem nauwelijks onderzocht omdat ze door tegenstanders met de term conversietherapie wordt afgewezen. De afwachtende benadering ('watch and wait') gaat ervan uit dat bij de meeste kinderen de genderidentiteit zich vanzelf weer met de sekse afstemt, terwijl onderliggende problemen zoals depressie wel worden behandeld. De affirmatieve benadering, met puberteitsremmers, cross-sekse hormonen en operaties, wordt volgens hem vaak gepresenteerd als de enige werkzame aanpak. Hij noemt verschuivende demografie, waarbij nu vooral adolescente meisjes zonder eerdere dysforie zich melden, vaak binnen sociale netwerken, en verwijst naar het concept van plotseling opkomende genderdysforie.
Kritiek op de bewijskwaliteit
Hruz stelt dat de wetenschappelijke onderbouwing voor de affirmatieve benadering volgens de gangbare beoordelingsmaatstaven van lage of zeer lage kwaliteit is, met kleine steekproeven, gebrekkige controles en veel uitval bij langere follow-up. Hij waarschuwt dat hormonen ernstige bijwerkingen kunnen hebben en verwijst naar gegevens uit Zweden, waar suiciderisico's volgens hem ook jaren na een transitie sterk verhoogd blijven. Hij merkt op dat landen als Zweden, Finland, het Verenigd Koninkrijk en Frankrijk hun aanpak terugschroeven en de prioriteit verleggen naar psychologische hulp. Tot slot benadrukt hij compassie en de waardigheid van ieder mens, het belang van evidence-based psychologische ondersteuning, en de wisselwerking tussen geloof en rede. Hij noemt een nog te verschijnen boek over seksuele identiteit en gaat in op vragen over onder meer de eed van Hippocrates en de reparatieve benadering.
Bronnen
Let op: deze video is Engelstalig. Bekijk onze Verhalen voor Nederlandstalige getuigenissen.