Dr. Quentin Van Meter — transgendermedicijnen zijn de gruwelijkste medische fraude
Dr. Quentin Van Meter, kinderendocrinoloog bij de IFTCC, legt in dit krachtige betoog uit waarom hij het toedienen van transgendermedicijnen aan
Over Quentin Van Meter
Dr. Quentin Van Meter is kinderarts en endocrinoloog uit Atlanta in de Verenigde Staten en was ten tijde van deze lezing voorzitter van het American College of Pediatricians. In zijn opleidingsjaren werkte hij aan de Johns Hopkins University, waar hij persoonlijk kennismaakte met professor John Money. In dit betoog beschrijft hij hoe de transgenderbeweging volgens hem in korte tijd van een marginaal verschijnsel naar een breed geaccepteerde medische praktijk groeide, en waarom hij het toedienen van transgendermedicijnen aan minderjarigen de naar zijn oordeel ernstigste medische misstap noemt. Hij vermeldt zelf dat hij als onderzoeker betrokken is bij een farmaceutisch bedrijf dat puberteitsremmers produceert, maar dat hij in deze lezing niet namens dat bedrijf spreekt.
De erfenis van John Money
Van Meter schetst hoe het begrip "gender" tot de jaren vijftig vooral een taalkundige term was, totdat John Money het ging gebruiken voor een innerlijke seksuele identiteit los van het biologische geslacht. Money werkte met kinderen met aangeboren afwijkingen in de geslachtelijke ontwikkeling en probeerde hun geslacht door operatie en opvoeding om te zetten. Van Meter bespreekt de bekende casus van een jongen wiens penis bij een besnijdenis verloren ging en die op advies van Money als meisje werd opgevoed; deze persoon keerde later terug naar een mannelijk leven en maakte uiteindelijk een einde aan zijn leven. Hij vertelt ook over een eigen patiëntje met een micropenis, dat dankzij een wetenschappelijk onderbouwd hormoonprotocol gewoon als jongen kon opgroeien, ondanks Money's tegengestelde advies. Volgens Van Meter werd Money's afdeling uiteindelijk gesloten door psychiater Paul McHugh.
Van Zucker naar de huidige richtlijnen
Tegenover Money plaatst Van Meter het werk van psycholoog Kenneth Zucker uit Toronto, die de term "genderidentiteitsstoornis" muntte en kinderen aanmoedigde hun biologische geslacht te accepteren. Volgens Van Meter desisteerde een groot deel van de door Zucker begeleide kinderen tijdens de natuurlijke puberteit. Hij beschrijft hoe Zuckers kliniek onder druk werd gesloten en hoe de Canadese overheid hem later een schadevergoeding moest betalen en een publiek excuus moest maken. Van Meter bekritiseert vervolgens organisaties als WPATH en richtlijnen van de Endocrine Society en de American Academy of Pediatrics, die volgens hem grotendeels berusten op zwakke of ontbrekende wetenschappelijke onderbouwing en die affirmatie vooropstellen in plaats van onderliggende problemen te onderzoeken.
Zorgen over onomkeerbare ingrepen
Van Meter wijst op het medische beginsel "primum non nocere" — bovenal geen schade berokkenen. Hij noemt blijvende onvruchtbaarheid, risico's van cross-sekshormonen en het verwijderen van gezonde organen als ingrepen waarvan minderjarigen de gevolgen volgens hem niet kunnen overzien. Hij benadrukt dat puberteit geen ziekte is en dat een aanzienlijk deel van de jongeren met genderdysforie volgens hem te maken heeft met onderliggende psychische problemen. Hij roept hulpverleners op om de oorzaken in het leven van een kind grondig te onderzoeken in plaats van direct te bevestigen. Zijn slotbeeld ontleent hij aan kinderliteratuur, van Peter Pan tot de nieuwe kleren van de keizer.
Bronnen
Let op: deze video is Engelstalig. Bekijk onze Verhalen voor Nederlandstalige getuigenissen.