Robert Jensen over genderidentiteit, feminisme en masculiniteit
Robert Jensen bespreekt de relatie tussen genderidentiteitstheorie, feministische analyse en de maatschappelijke constructie van masculiniteit en femininiteit. Hij argumenteert dat gender een hiërarchisch systeem is dat vrouwen onderdrukt en dat het versterken van genderidentiteit dit systeem in stand houdt in plaats van het te doorbreken. Jensen biedt een nuanceerde radicaal-feministische analyse van het genderdebat.
Over Robert Jensen
Robert Jensen spreekt in deze lezing vanuit een feministisch en, naar eigen zeggen, radicaal-feministisch perspectief. Hij vertelt dat hij in North Dakota opgroeide en pas tijdens zijn studie aan de University of Minnesota in aanraking kwam met het feminisme. Daarvoor had hij, zoals hij het noemt, een typisch mannelijk vooroordeel over feministen. Door het werk van onder anderen Andrea Dworkin ging hij feminisme niet meer zien als een bedreiging voor mannen, maar als een uitnodiging om hun eigen menselijkheid te verdiepen. Jensen werkt al lang als academicus en heeft onder meer een boek over pornografie geschreven met de ondertitel die verwijst naar "het einde van de masculiniteit".
Geïdealiseerde versus werkelijke masculiniteit
Jensen laat het publiek een denkoefening doen. Eerst vraagt hij wat we een opgroeiende jongen zouden vertellen over wat het betekent om een man te zijn. Daar komen eigenschappen uit als zorgzaam, verantwoordelijk, respectvol, ondersteunend en beschermend. Vervolgens vraagt hij hoe masculiniteit in de praktijk wordt vormgegeven, vooral in overwegend mannelijke domeinen als het leger, sport en het bedrijfsleven. Daar komen heel andere woorden naar boven: dominantie, controle, competitie, agressie en geweld. Hij brengt dit terug tot een opvatting van macht die hij omschrijft als "macht over": het vermogen iemand iets te laten doen wat diegene anders niet zou doen.
Seksualiteit, pornografie en patriarchaat
Volgens Jensen wordt deze opvatting van masculiniteit het pijnlijkst zichtbaar rond seksualiteit. Hij wijst op taal die seks framet als het verkrijgen van plezier van een vrouw, waarbij de vrouw eerder als object dan als persoon wordt voorgesteld. Geweld plaatst hij op een continuüm, van wat wettelijk als verkrachting geldt tot wat hij "seksuele inbreuk" noemt. Zijn onderzoek naar pornografie ziet hij als een spiegel van de cultuur: hij stelt dat de inhoud in de loop der jaren explicieter vernederend en wreder is geworden, juist in een periode waarin vrouwen op andere terreinen vooruitgang boekten. Dat duidt er volgens hem op dat de onderliggende opvatting van masculiniteit nauwelijks is veranderd. Hij verbindt dit met het begrip patriarchaat: mannelijke dominantie die in instituties is geweven.
Verschil, hiërarchie en een andere macht
Jensen concludeert dat de idealen die we jongens voorhouden eigenlijk geen mannelijke eigenschappen zijn, maar menselijke. Hij erkent dat mannen en vrouwen verschillende lichamen hebben en dat daaruit verschillen kunnen voortkomen, maar betwijfelt of die verschillen zo fundamenteel zijn als de cultuur aanneemt. Volgens hem dient die aanname het patriarchaat. Hij plaatst dit in een breder verhaal over hiërarchie, die hij niet als onvermijdelijk ziet, en bekritiseert het idee dat hiërarchie noodzakelijk is. Als alternatief noemt hij "macht met": het vermogen van mensen om samen iets nieuws te scheppen, voorbij hiërarchie. Hij sluit af met een passage van Andrea Dworkin uit een toespraak uit 1983, waarin zij mannen oproept het werk aan hun eigen menselijkheid voortaan zelf te doen.
Bronnen
Let op: deze video is Engelstalig. Bekijk onze Verhalen voor Nederlandstalige getuigenissen.