SEGM NYC23 — Finland veranderde haar aanpak van genderdysforie bij jongeren
Prof. Riittakerttu Kaltiala is de Finse psychiater die pionierwerk verrichtte in de genderzorg voor jongeren en later haar aanpak fundamenteel herzag.
Over Riittakerttu Kaltiala
Riittakerttu Kaltiala is hoogleraar adolescentenpsychiatrie aan de universiteit van Tampere in Finland en hoofdpsychiater bij de afdeling adolescentenpsychiatrie van het universitair ziekenhuis van Tampere. Op de SEGM-conferentie in New York (2023) vertelt zij hoe Finland sinds 2011 genderidentiteitszorg voor minderjarigen aanbiedt, en hoe haar team die aanpak in de loop van twaalf jaar fundamenteel herzag. Kaltiala kreeg destijds de opdracht om een van de twee landelijke diensten op te zetten; de andere bevindt zich in Helsinki.
Hoe de Finse zorg is ingericht
In Finland is de diagnostische beoordeling die kan leiden tot medische gendertransitie wettelijk gecentraliseerd bij twee van de vijf universitaire ziekenhuizen. Het gaat om tertiaire zorg: jongeren kunnen zich niet zelf aanmelden, maar hebben een doorverwijzing van een arts nodig die eerst beoordeeld en geaccepteerd moet worden. De diagnostische beoordeling vindt plaats in multidisciplinaire teams voor geestelijke gezondheid. Mogelijke hormonale behandelingen worden begeleid door een team voor kinderendocrinologie, en de langdurige hormonale zorg wordt overgedragen aan lokale diensten. Operaties op indicatie van genderdysforie zijn in Finland niet beschikbaar voor mensen onder de 18 jaar.
Een ander patiëntbeeld dan verwacht
Toen de dienst opende, verwachtte het team patiënten die pasten bij het Nederlandse zorgmodel: een kleine groep, vooral jonge kinderen met vroeg ontstane genderdysforie. Wat zij zagen was anders. Vanaf het begin was meer dan 85 procent van de jongeren biologisch meisje, met een gemiddelde leeftijd bij aanmelding van 16,2 jaar. Minder dan de helft woonde bij beide ouders. Twee derde had een voorgeschiedenis van psychiatrische behandeling op specialistisch niveau, met een oververtegenwoordiging van autismespectrumcondities, depressie, angststoornissen en suïcidale gedachten. Veel jongeren presenteerden zich niet alleen met twijfels over genderidentiteit, maar met een diepere identiteitsverwarring. Kaltiala beschrijft dat het mentale welzijn van jongeren die hormonale behandeling kregen vaak niet verbeterde zoals de literatuur beloofde, en soms verslechterde.
Nieuwe richtlijnen en conclusies
Op initiatief van de vier betrokken teams werden landelijke richtlijnen aangevraagd, die in 2020 verschenen. Daarin is de eerstelijnsbehandeling van genderdysforie bij minderjarigen psychosociale ondersteuning die identiteitsexploratie begeleidt, samen met behandeling van eventuele psychiatrische comorbiditeit. Pas daarna kan een verwijzing naar de gecentraliseerde diensten volgen, waar een grondige beoordeling over zes tot twaalf maanden plaatsvindt. Kaltiala pleit ervoor om genderdysforie niet langer als uitzonderlijk te behandelen, maar als één facet van de bredere identiteitsontwikkeling. Volgens haar zou de psychiatrische zorg voor deze jongeren prioriteit moeten krijgen, en zouden hormonale behandelingen bij minderjarigen met voorzichtigheid en bij voorkeur binnen een formeel onderzoeksprogramma moeten worden ingezet, totdat er bewijs is dat voldoet aan de eisen van evidence-based geneeskunde.
Bronnen
Let op: deze video is Engelstalig. Bekijk onze Verhalen voor Nederlandstalige getuigenissen.