SEGM NYC23 — het effect van puberteitsblokkeerders op de tienerhersenen
Prof. Sallie Baxendale is neurowetenschapper en bespreekt op de SEGM NYC23-conferentie wat het onderzoek zegt over de effecten van GnRH-agonisten
Over Sallie Baxendale
Prof. Sallie Baxendale is neurowetenschapper en werkt in haar dagelijkse praktijk binnen de epilepsiechirurgie. In deze presentatie op de SEGM-conferentie in New York (2023) vertelt ze dat ze in dit onderwerp terechtkwam nadat ze ergens las dat puberteitsblokkeerders volledig omkeerbaar zouden zijn. Vanuit alles wat we weten over de ontwikkeling van de hersenen vond ze dat verrassend, en daarom dook ze in de wetenschappelijke literatuur die dat zou moeten onderbouwen. Deze video is het resultaat van die zoektocht: een overzicht van wat dier- en mensstudies laten zien over het effect van GnRH-agonisten op de tienerhersenen.
Hersenontwikkeling en kritieke vensters
Baxendale legt uit dat hersenontwikkeling niet lineair verloopt. De hersenen groeien niet simpelweg en worden niet alleen maar steeds meer verbonden: er ontstaan voortdurend nieuwe verbindingen tussen neuronen, terwijl andere verbindingen juist worden weggesnoeid. Zowel het aanmaken als het snoeien is belangrijk. Dit gebeurt in vooraf geprogrammeerde "vensters van gelegenheid", waarin verschillende functies op verschillende momenten worden geprioriteerd, zoals eerst het zien, dan beweging en later taal. Uit dierproeven blijkt dat wanneer de hersenen tijdens zo'n kritiek venster input wordt onthouden, de betreffende functie zich niet goed ontwikkelt en de hersenen verdergaan; er is geen inhaalslag. Ze illustreert dit met het verwerven van taal: een tweede taal leer je jong accentloos, maar als volwassene niet meer, omdat dat venster sluit.
De adolescentie als tweede venster
De adolescentie is volgens Baxendale een tweede kritiek venster van neurologische ontwikkeling, waarin veel snoeien plaatsvindt. Dit snoeien hangt niet samen met leeftijd, maar met de fase van de puberteit, en wordt dus door hormonen aangestuurd. Vooral de frontale circuits zijn in deze fase in ontwikkeling: dit raakt de executieve functies en de sociale cognitie. Het gaat om zaken als werkgeheugen, zelfmonitoring, plannen, prioriteren, impulscontrole, emotieregulatie, flexibel denken en het kunnen zien van nuance in plaats van zwart-witdenken. Ze wijst ook op verschillen tussen jongens en meisjes: de geslachtsreceptoren in de hersenen reageren op testosteron of oestrogeen en zitten met verschillende dichtheden in verschillende hersengebieden, zoals de prefrontale cortex, de hippocampus en de amygdala. Daarom is het volgens haar verrassend dat de puberteit zomaar "gepauzeerd" zou kunnen worden zonder gevolgen.
Dier- en mensstudies en het ontbrekende bewijs
In de dierstudies (onder meer bij schapen, muizen en apen) ziet Baxendale dat behandeling met een puberteitsblokkeerder een nadelig effect heeft op leren, sociaal gedrag en de reactie op stress, en dat deze effecten sekse-specifiek zijn. Bij mannelijke schapen waren de gevonden geheugenstoornissen niet volledig hersteld nadat de behandeling stopte. Voor mensen vond ze maar zeer weinig studies met formele cognitieve metingen. Ze bespreekt onderzoek bij vroegtijdige puberteit en bij transgender personen, waarin onder andere IQ-dalingen en slechtere prestaties op executieve taken werden gevonden, maar wijst er telkens op dat deze studies klein, slecht gecontroleerd of methodologisch zwak zijn. Haar centrale boodschap: er is geen bewijs dat de cognitieve effecten volledig omkeerbaar zijn, en er is geen systematisch mensonderzoek met voldoende deelnemers, een goede beginmeting en follow-up. Dat dit nooit grondig is onderzocht, noemt ze een medisch schandaal. Ze pleit ervoor dat een neuropsycholoog vast deel uitmaakt van het behandelteam en zowel vooraf als achteraf de cognitie meet.
Bronnen
Let op: deze video is Engelstalig. Bekijk onze Verhalen voor Nederlandstalige getuigenissen.