SEGM NYC23 — suicidaliteit bij transgenderjongeren en wat het bewijs toont
Een van de meest gebruikte argumenten voor genderaffirmatieve zorg is dat hormonen en chirurgie suïcidaliteit bij transgenderjongeren voorkomen. Dr.
Over Dr. Alison Clayton
Dr. Alison Clayton is psychiater en geeft tijdens deze SEGM-conferentie een presentatie over suïcidaliteit en suïciderisico bij transgender- en genderdivergente jongeren (in haar talk afgekort als TGD). Ze benoemt dat ze niet alleen als hulpverlener met suïcidale patiënten werkt, maar ook eigen ervaring heeft, en vraagt aandacht voor de emotionele lading van het onderwerp. Haar centrale vraag: wat toont het wetenschappelijk bewijs werkelijk over drie veelgehoorde claims? Namelijk dat TGD-jongeren een zeer hoog suïciderisico hebben, dat dit risico komt door minderheidsstress of belemmerde toegang tot genderbevestigende behandeling, en dat genderbevestigende behandeling (in haar talk GAT) dit risico verlaagt.
Wat het bewijs toont over het risico
Volgens Clayton is suïcidaliteit onder TGD-jongeren inderdaad verhoogd: studies rapporteren prevalentiecijfers die sterk uiteenlopen, ruwweg vijf tot tien keer hoger dan in de algemene bevolking, maar vergelijkbaar met jongeren die naar geestelijke gezondheidszorg worden verwezen. Ze haalt cijfers aan uit klinieken in onder meer Engeland, Amsterdam en België, en uit Zweedse en Australische rapportages, en concludeert dat suïcide een infrequente maar tragische uitkomst is. Ze benadrukt tegelijk dat TGD-jongeren hoge percentages bijkomende problemen kennen, zoals psychische aandoeningen, autisme, gelijkgeslachtelijke aantrekking en complexe sociale omstandigheden, die elk los al met verhoogd risico samenhangen.
Kritiek op de bewijsvoering
Clayton stelt dat er geen betrouwbaar bewijs is dat genderbevestigende behandeling suïcidaliteit of suïcidesterfte verlaagt. Ze verwijst naar systematische reviews die de bewijskwaliteit als zeer laag beoordelen en bespreekt verschillende studies waarin de conclusies in de samenvatting volgens haar niet door de onderliggende data worden gedragen. Voorbeelden die ze noemt zijn een Australische studie die fors gecorrigeerd moest worden, een Britse studie waarin slechts een handvol deelnemers de vragen invulde, en een Amerikaanse studie waarvan suïcidale-ideatie-uitkomsten niet volledig zijn gerapporteerd. Ze waarschuwt voor een trend waarbij positieve uitkomsten in samenvattingen worden uitvergroot terwijl beperkingen achter de betaalmuur blijven.
Alternatieve verklaringen en gevolgen
Naast minderheidsstress, waarvan ze het bewijs als inconclusief omschrijft, bespreekt Clayton andere mogelijke factoren: primaire of bijkomende aandoeningen zoals trauma en autisme, en de zogeheten suïcidescript-theorie, waarbij suïcidaliteit een verwacht idioom van transgenderdistress wordt. Ze wijst op modelleringseffecten, suïcideclusters en het zogeheten Werther-effect, en op zorgen dat overdreven claims een zelfvervullende voorspelling kunnen worden. Haar conclusie is dat het verhoogde risico voortkomt uit een complex web van factoren, en dat eenzijdige, stellige boodschappen aan ouders, die suggereren dat afzien van behandeling tot suïcide leidt, een onterechte emotionele last leggen en een echt geïnformeerd toestemmingsproces kunnen ondermijnen.
Bronnen
Let op: deze video is Engelstalig. Bekijk onze Verhalen voor Nederlandstalige getuigenissen.