SEGM NYC23 — het transgenderbrein: wat zegt de wetenschap werkelijk?
Op de SEGM NYC23-conferentie analyseerde Prof. Sallie Baxendale, neurowetenschapper, de wetenschappelijke claims over de neurologische basis van
Over Sallie Baxendale
Tijdens de SEGM-conferentie in New York (NYC23) sprak prof. Sallie Baxendale, neuropsycholoog en hoogleraar neuropsychologie aan University College London. Haar eigen onderzoek richt zich op de invloed van puberteitsremmers op het cognitief functioneren. In deze presentatie behandelt zij een andere vraag die haar werd voorgelegd: bestaat er zoiets als een transgenderbrein, en wat laat het hersenonderzoek daar werkelijk over zien? Ze bespreekt eerst de meetinstrumenten en gaat daarna in op de claims dat transgender mensen in het verkeerde lichaam geboren zouden zijn of een uniek brein zouden hebben.
De grenzen van hersenscans
Baxendale legt uit dat MRI oorspronkelijk werd gebruikt om afwijkingen in het brein op te sporen, zoals ontwikkelingsstoornissen of verworven letsel als een beroerte of hersentrauma. Bij het zogenaamde transgenderbrein gaat het echter niet om afwijkingen, maar om variaties binnen de normale hersenstructuur. Ze waarschuwt dat volumemetingen minder vaststaand zijn dan ze klinken: de meetbetrouwbaarheid verschilt per structuur, en het volume van bijvoorbeeld de hersenkamers verandert in de loop van de dag afhankelijk van de hydratatie. Bovendien is hersenstructuur niet onveranderlijk. Cognitieve activiteit, lichaamsbeweging en stress vormen het brein mee; zo hebben Londense taxichauffeurs door hun navigatievaardigheden een grotere hippocampus. Ervaring verandert dus de structuur van het brein.
Een verschil dat niet onderscheidt
Om van een mannelijk of vrouwelijk brein te kunnen spreken, moet zo'n onderscheid eerst aantoonbaar zijn. Baxendale verwijst naar een meta-analyse van 135 studies met meer dan 15.000 mensen. Er zijn gemiddelde groepsverschillen, mannen hebben gemiddeld een groter brein, maar de verdelingen overlappen sterk. Haar kernboodschap luidt: er is niets waaraan je een individueel brein als mannelijk of vrouwelijk kunt herkennen. De verschillen bestaan, maar ze onderscheiden niet. Onderzoek dat de hypothese van het verkeerde brein wilde aantonen, leverde volgens haar zeer inconsistente resultaten op: soms grotere, soms kleinere structuren, soms meer lijkend op het geboortegeslacht, soms op de genderidentiteit, alles op een continuüm.
Unieke patronen en checklist
Een veelgenoemde mega-analyse bundelde scans van honderden onbehandelde deelnemers met genderdysforie en mat tientallen hersengebieden. Het resultaat werd gepresenteerd als een uniek patroon voor transgender mensen, maar Baxendale betwijfelt of dat patroon bij een nieuwe groep herhaald kan worden; ze ziet eerder patronen in willekeurige data. De studie controleerde bovendien niet voor genderdysforie of seksuele oriëntatie. Ze wijst erop dat factoren als jeugdtrauma, opgroeien in de zorg, samesex-aantrekking en autisme samenhangen met een transgenderidentiteit, wat de inconsistentie verklaart. Ook AI-classificatie van scans levert gemengde resultaten op door de grote overlap. Ze sluit af met een checklist voor wie zo'n studie tegenkomt: let op steekproefgrootte en power, replicatie, blindering, een vooraf vastgelegde hypothese, en controle voor hormonen, geslacht, seksuele oriëntatie, psychiatrische comorbiditeit en neurodiversiteit. Haar conclusie: er is geen consistent bewijs voor het verkeerde lichaam, noch voor een uniek brein. Het brein is niet binair, en verschil staat niet gelijk aan bestemming.
Bronnen
Let op: deze video is Engelstalig. Bekijk onze Verhalen voor Nederlandstalige getuigenissen.