Twijfels over de wetenschappelijke basis van de Nederlandse transgenderzorg — Zembla
Zembla onderzocht de wetenschappelijke basis van het Nederlandse transgenderprotocol voor jongeren en sprak met internationale experts die fundamentele
Deze video is Nederlandstalig.
Over deze Zembla-reportage
Deze Nederlandstalige Zembla-uitzending onderzoekt de wetenschappelijke basis van de Nederlandse transgenderzorg voor jongeren. In Nederland staan volgens de reportage bijna 3000 jongeren op de wachtlijst voor genderzorg. De aflevering volgt het zogenoemde Dutch protocol, dat in Amsterdam werd ontwikkeld en wereldwijd navolging kreeg, en geeft het woord aan zowel betrokken artsen als buitenlandse deskundigen die er kritisch op zijn geworden.
Het Dutch protocol en de puberteitsremmers
De genderkliniek van de Vrije Universiteit in Amsterdam bood in de jaren 80 als eerste ter wereld een behandeling voor genderdysforie aan volwassenen. In de jaren 90 ging Nederland ook minderjarigen behandelen. Voor kinderen met blijvende genderdysforie bedachten de Amsterdamse artsen een behandeling met puberteitsremmers, die de productie van geslachtshormonen onderdrukken. Kinderarts Sabine Hannema legt uit dat het effect omkeerbaar is: stopt een jongere met de remmers, dan komt de eigen puberteit weer op gang. Het idee is dat jongeren zo rust en tijd krijgen om na te denken over een eventuele verdere behandeling. In 2006 publiceerden de Amsterdamse artsen hun beroemde artikel over deze aanpak; volgens het protocol volgen vanaf 15 jaar eventueel hormonen van het gewenste geslacht en vanaf 18 jaar mogelijk operaties. Kinderpsychiater Annelou de Vries, een van de drijvende krachten, benadrukt dat het geen alles-of-niets-beslissing is maar een besluitvormingsproces.
Groeiende twijfel in het buitenland
In het buitenland werd het Dutch protocol aanvankelijk met enthousiasme omarmd, onder meer in Finland en Zweden. Maar daar groeide al snel twijfel. In het Finse Tampere merkte een psychiater dat de aanmeldende jongeren niet leken op de patiëntengroep uit het Amsterdamse onderzoek: er waren nauwelijks tieners met genderdysforie vanaf de vroege kindertijd, terwijl velen ernstige psychiatrische problemen hadden zoals zware depressie en eetstoornissen. In het Zweedse Göteborg constateerden psychiaters eenzelfde verschil, met veel neuropsychiatrische symptomen. Een Zweedse hoogleraar psychiatrie waarschuwde dat het bewijs voor deze behandeling zwak is en vroeg waarom voor deze patiëntengroep een lagere bewijslast zou gelden dan voor andere. Nadat de Finse psychiater haar bevindingen publiceerde, werd zij doelwit van kritiek; de Finse gezondheidsraad beperkte daarna het gebruik van het Nederlandse protocol.
Ontbrekend bewijs en de nieuwe groep patiënten
Het aantal aanmeldingen voor genderzorg groeide de afgelopen jaren snel. Annelou de Vries erkent in de reportage dat niet goed bekend is of het protocol ook geschikt is voor deze nieuwe groep aanmelders, en dat daar nog onderzoek naar loopt. Uit een via de Wet open overheid openbaar gemaakte subsidieaanvraag uit 2021 blijkt dat De Vries spreekt over het "ontbrekende bewijs" en meer gegevens wil om met het protocol door te gaan. Tegelijk gaat de kliniek door met het verstrekken van de behandeling; volgens De Vries baseert men zich daarbij op lopend onderzoek en eigen ervaring, en zou het niet geven van de behandeling juist niet ethisch zijn. De reportage wijst er ook op dat in de wetenschap geldt dat bewijs sterker wordt als anderen dezelfde resultaten bereiken. De Londense Tavistock-kliniek probeerde het Amsterdamse onderzoek na te doen, maar volgens BBC-journalist Hannah Barnes vonden de onderzoekers daar geen positief effect van puberteitsremmers, en werden die resultaten niet naar buiten gebracht.