nieuws

Transgender atleten bij de Olympische Spelen van Parijs 2024: beleid en controverse

De Olympische Spelen van Parijs 2024 stonden in het teken van, onder andere, de discussie over twee bokssters — Imane Khelif en Lin Yu-ting — die DSD-kenmerken hadden. Tegelijkertijd nam het IOC een terughoudende positie in over genderbeleid, terwijl individuele bonden elk hun eigen beleid handhaafden. Een overzicht van de stand van zaken in de sportwereld.

Transgender atleten bij de Olympische Spelen van Parijs 2024: beleid en controverse

Bij de Olympische Spelen van Parijs 2024 stond het genderdebat in de sport opnieuw in het middelpunt van de aandacht — ditmaal niet primair vanwege transgenderatleten, maar vanwege twee bokssters met DSD-kenmerken (differences of sex development): Imane Khelif (Algerije) en Lin Yu-ting (Taiwan).

De Khelif- en Lin-controverse

Beide bokssters waren eerder door de International Boxing Association (IBA) uitgesloten vanwege testosteronwaarden boven de vrouwendrempel. Het IOC — dat de IBA eerder al zijn olympische erkenning had ontzegd — liet ze toe tot de Olympische vrouwencompetitie. Beide wonnen goud.

De controverse illustreerde de complexiteit van het genderdebat in sport: het gaat niet alleen om transgenderatleten, maar ook om biologische vrouwen met afwijkende hormonale profielen.

Het IOC-beleid

Het IOC heeft de verantwoordelijkheid voor genderbeleid gedelegeerd aan individuele sportbonden. De organisatie heeft geen uniform inclusie- of exclusiebeleid voor transgenderatleten meer. Dit betekent dat het beleid per sport verschilt:

  • World Athletics: transgendervrouwen die de mannelijke puberteit doormaakten, zijn uitgesloten van de vrouwenelitecompetitie
  • World Aquatics: vergelijkbaar beleid
  • Andere bonden: variëren van permissief tot restrictief

Zie ook: World Athletics en World Aquatics-beleid en het overzichtsartikel over transgenderatleten.


Bronnen:

Deel dit artikel: