onomkeerbaarheid

Wojniusz en Mul: IQ-daling van 7–8 punten bij meisjes op puberteitsremmers

Twee studies — Mul e.a. (Acta Paediatrica, 2001) en Wojniusz e.a. (Frontiers in Psychology, 2016) — documenteren dat meisjes die puberteitsremmers ontvingen voor precoce puberteit gemiddeld 7-8 IQ-punten verloren. Gemiddelde daling van 102 naar 94 in één studie. Twee kinderen werden op school een jaar overgedaan. Voor het Dutch Protocol — dat dezelfde medicatie aan gender-dysfore tieners geeft — is dit een belangrijk methodisch en ethisch signaal.

Twee onafhankelijke studies — uit 2001 en 2016 — documenteren een gevolg van puberteitsremmers dat in het hedendaagse gender-zorg-debat zelden expliciet wordt benoemd: een meetbare daling van het IQ bij meisjes die de medicatie ontvingen.

De studies

  • Mul e.a. (2001), gepubliceerd in Acta Paediatrica: 30 kinderen behandeld voor precoce puberteit (puberteit die te vroeg begint). Gemiddelde IQ-daling van ongeveer 7 punten.
  • Wojniusz e.a. (2016), gepubliceerd in Frontiers in Psychology: 15 meisjes met dezelfde indicatie. Gemiddelde IQ-daling van 102 naar 94 — ongeveer 8 punten. Twee meisjes moesten worden overgedaan op school.

De cruciale parallel

Een belangrijke nuance: deze studies betreffen kinderen die puberteitsremmers kregen voor precocious puberty — niet voor genderdysforie. Echter, de medicatie is dezelfde: GnRH-agonisten (Lupron, Triptoreline). De dosering en duur in de gender-dysfore tieners is bovendien vaak hoger en langer dan bij precoce puberteit. Wat in lage doses al 7-8 IQ-punten kost, doet bij hogere doses minstens zoveel.

Waarom dit niet vaak wordt geciteerd

Voor klinieken die puberteitsremmers voorschrijven aan gender-dysfore tieners, zijn deze data ongemakkelijk. De officiële narratief is dat puberteitsremmers "tijd geven om na te denken" zonder schadelijke effecten. Mul (2001) en Wojniusz (2016) ondergraven dat verhaal. De data zijn weinig gepubliceerd in mainstream-gender-literatuur — niet omdat ze methodologisch zwak zijn, maar omdat ze in een andere "categorie" patiënten verzameld zijn.

Wat de Cass Review hierover zei

De Cass Review (2024) bevestigde dat het bewijs voor cognitieve effecten van puberteitsremmers veel zwakker is dan klinieken claimden. Baxendale (2024) systematiseerde dezelfde zorgen in detail. De Wojniusz- en Mul-data leveren de empirische basis daarvoor.

Ethische implicatie

Een meetbare daling van 7-8 IQ-punten is geen detail. Het verschil tussen IQ 102 en 94 betekent voor sommige kinderen het verschil tussen wel of niet naar het volgend schooljaar, tussen wel of niet bepaalde studies kunnen kiezen. Voor een ouder die overweegt om hun gender-dysfore tiener puberteitsremmers te laten beginnen, hoort dit gegeven in het informed consent-gesprek — als feit, niet als bijwerking die "soms wordt genoemd".

Voor Nederland

Nederlandse genderklinieken communiceren deze data zelden actief in intake-procedures. Voor ouders en jongeren betekent dat: zelf vragen. Wijs op Mul (2001), Wojniusz (2016) en de Cass Review. Vraag om uitleg.


Bronnen:

  • Mul, D. et al. "Psychological assessments before and after treatment of early puberty in adopted children." Acta Paediatrica, 2001.
  • Wojniusz, S. et al. "Cognitive, Emotional, and Psychosocial Functioning of Girls Treated with Pharmacological Puberty Blockage for Idiopathic Central Precocious Puberty." Frontiers in Psychology, 2016.
  • Stats for Gender — overzicht. statsforgender.org

Deel dit artikel: