Geneeskunde kan lijden verlichten, maar geen geluk garanderen na transitie
Filosoof Daniel Callahan waarschuwde dat geneeskunde lijden kan verlichten maar geen geluk kan garanderen. Toegepast op detransitie en spijt na gendertransitie verklaart dat onderscheid waarom verlichting van dysforie niet altijd samenvalt met een gelukkig leven.
Twijfel je, heb je spijt, letsel of ben je aan het detransitioneren?
Neem vertrouwelijk contact opWie na een gendertransitie ongelukkig blijft, spijt ervaart of besluit te detransitioneren, krijgt vaak te maken met een pijnlijke vraag: waarom bracht een ingrijpende medische en sociale verandering niet de verwachte rust of tevredenheid? Op die vraag bestaat geen eenvoudig antwoord. Ongelijkheid tussen verwachtingen en uitkomsten, lichamelijke complicaties, veranderende zelfinzichten, sociale druk, verlieservaringen en psychische problemen kunnen allemaal meespelen. Toch biedt de medische ethiek van filosoof Daniel Callahan een nuttig kader om één aspect beter te begrijpen: geneeskunde kan soms lijden verminderen, maar zij kan niet betrouwbaar een gelukkig leven afleveren.
Dat onderscheid is geen ontkenning van de ernst van genderdysforie of van de mogelijke verlichting die medische zorg voor sommige mensen kan bieden. Het is juist een oproep tot bescheidenheid: een behandeling kan een concreet probleem verminderen zonder alle bredere bronnen van onvrede, verdriet, eenzaamheid of identiteitsverwarring op te lossen. Wanneer die twee doelen door elkaar gaan lopen, kan teleurstelling na een transitie extra scherp voelen.
Callahan en de grenzen van geneeskunde
Daniel Callahan was medeoprichter van The Hastings Center, een invloedrijk instituut voor bio-ethiek. In de jaren negentig was hij nauw betrokken bij het internationale Hastings Center-project over de doelen van geneeskunde. Het project begon in 1993; de uitwerking verscheen als The Goals of Medicine: Setting New Priorities in 1996 in Hastings Center Report. Mark J. Hanson en Daniel Callahan plaatsten het project in een tijd waarin het debat over zorg vooral ging over geld, organisatie en efficiëntie, terwijl de fundamentele vraag naar het doel van geneeskunde onderbelicht bleef.
Het rapport formuleerde vier brede doelen: ziekte en letsel voorkomen; pijn en lijden verlichten; mensen met een aandoening genezen of verzorgen wanneer genezing niet mogelijk is; en voortijdige sterfte voorkomen, met aandacht voor een vreedzame dood. De verlichting van pijn en lijden is dus nadrukkelijk een kerntaak van geneeskunde. Maar “geluk produceren” staat niet als afzonderlijk doel op die lijst. Samenvattingen van het Hastings-kader benadrukken dezelfde vier doelen.
Dat verschil is filosofisch belangrijk. Lijden is vaak concreet: pijn, angst, lichamelijk ongemak, beperkingen of een aanhoudend gevoel dat het eigen lichaam moeilijk te verdragen is. Geluk daarentegen is veelomvattender. Het hangt mede samen met relaties, werk, veiligheid, acceptatie, trauma, karakter, verwachtingen, zingeving en levensomstandigheden. Medische interventies kunnen op sommige van die factoren indirect invloed hebben, maar ze beheersen ze niet.
Verlichting is niet hetzelfde als een gelukkig leven
Toegepast op transitie betekent dit dat een persoon na hormonen, operaties of sociale erkenning werkelijk minder dysforie kan ervaren, en toch niet gelukkig wordt. Beide uitspraken kunnen tegelijk waar zijn. Iemand kan bijvoorbeeld minder last hebben van bepaalde lichamelijke kenmerken, maar zich nog steeds eenzaam voelen. Iemand kan opluchting ervaren over een gekozen uiterlijk, maar later worstelen met vruchtbaarheid, seksuele functie, familieverhoudingen, sociale verwachtingen of een veranderend begrip van zichzelf.
Voor mensen die spijt krijgen of detransitioneren is dit onderscheid bijzonder relevant. Soms ligt de teleurstelling niet uitsluitend in een tegenvallend medisch resultaat. Zij kan ook liggen in een impliciete belofte die nooit realistisch was: “Als ik deze transitie voltooi, zal ik eindelijk gelukkig zijn.” Wanneer medische zorg, hulpverleners, online gemeenschappen of de betrokkene zelf die verwachting versterken, krijgt de behandeling een gewicht dat zij niet kan dragen.
Dat betekent niet dat iemand “zelf schuld” heeft aan te hoge verwachtingen. Mensen zoeken zorg vaak in een periode van grote nood. Wie langdurig lijdt, kan begrijpelijkerwijs hopen dat een duidelijke, beschikbare route het hele leven zal herstellen. Bovendien is het moeilijk om vooraf te weten welke pijn vooral samenhangt met lichamelijke dysforie en welke pijn verbonden is met depressie, autisme, trauma, homofobie, seksisme, sociale afwijzing, relatieproblemen of een bredere existentiële zoektocht.
De belofte van welzijn als medisch risico
De Noorse filosoof Bjørn Hofmann werkte dit probleem verder uit in zijn artikel Managing the moral expansion of medicine (2022), gepubliceerd in BMC Medical Ethics. Hofmann beschrijft hoe de morele opdracht van de geneeskunde steeds verder is uitgebreid. Niet alleen actuele pijn en ziekte vallen onder haar bereik, maar ook risico’s op toekomstige problemen, meetbare afwijkingen zonder ervaren klachten en het bevorderen van positief welzijn.
Volgens Hofmann is die uitbreiding niet per definitie verkeerd. Preventie en aandacht voor kwaliteit van leven kunnen veel goeds doen. Maar hij waarschuwt voor een verschuiving waarbij geneeskunde verantwoordelijk wordt gemaakt voor geluk, zelfvertrouwen, uiterlijk, levensvervulling of een ideaal gevoel van welzijn. Daarbij noemt hij risico’s zoals medicalisering, overdiagnose, overbehandeling, stigmatisering en zorg met geringe waarde. Zijn kernpunt is dat het ethisch en praktisch zekerder is om huidig, concreet lijden te verminderen dan om toekomstig geluk te beloven.
In het debat over genderzorg is dit geen argument om iedere medische interventie af te wijzen. Wel is het een argument tegen taal die medische transitie presenteert als een betrouwbare oplossing voor alle innerlijke of sociale problemen. Wie een behandeling aanbeveelt, zou helder moeten kunnen zeggen wat zij waarschijnlijk wel en niet kan veranderen. Een vermindering van dysforie is iets anders dan een garantie op zelfliefde, stabiele relaties, maatschappelijke acceptatie of duurzame levensvreugde.
Betere voorlichting, ruimere zorg
Een zorgvuldige benadering vraagt daarom om meer dan toestemming voor een ingreep. Zij vraagt om ruimte voor langzaam onderzoek, twijfel en alternatieve verklaringen voor lijden. Ook vraagt zij om eerlijke gesprekken over onomkeerbaarheid, verlies van mogelijkheden, complicaties, veranderlijke gevoelens en de mogelijkheid dat een transitie niet alle problemen oplost. Dat is geen ontmoediging, maar respect voor de werkelijkheid en voor de autonomie van de persoon die keuzes moet maken.
Voor mensen die detransitioneren of spijt ervaren, is dezelfde nuchterheid nodig. Hun ervaring hoeft niet te worden gereduceerd tot een politiek strijdpunt of een persoonlijk falen. Soms was er aanvankelijk verlichting en kwam later nieuw of ander lijden naar voren. Soms bleek een eerdere verklaring voor hun klachten onvolledig. Soms veranderden wensen en zelfbegrip. Goede nazorg begint met de erkenning dat zulke ervaringen serieus, complex en medisch én menselijk relevant zijn.
Callahans werk uit 1996 en Hofmanns analyse uit 2022 wijzen uiteindelijk in dezelfde richting: geneeskunde is op haar best wanneer zij concrete nood serieus neemt zonder zich voor te doen als leverancier van een voltooid gelukkig leven. Juist die bescheidenheid kan teleurstelling voorkomen, betere besluitvorming mogelijk maken en mensen die na transitie blijven worstelen of detransitioneren met meer begrip tegemoet treden.
Transspijt




