wetenschap

Studie: bijna geen goed bewijs voor genderdysforie-medicijnen bij jongeren

Een brede systematische review, gepubliceerd in januari 2025, concludeert dat de evidence voor het gebruik van puberteitsblokkeerders en cross-sex hormonen bij jongeren met genderdysforie "wholly inadequate" is. Reason.com analyseerde de bevindingen en de reacties van de medische wereld. De onzekerheid is zo groot dat klinische beslissingen feitelijk worden genomen zonder robuuste onderbouwing.

Studie: bijna geen goed bewijs voor genderdysforie-medicijnen bij jongeren

In januari 2025 publiceerde Reason.com een analyse van een grote systematische review die tot een opvallende conclusie komt: er bestaat bijna geen goed wetenschappelijk bewijs voor de effectiviteit van puberteitsblokkeerders en cross-sex hormonen bij jongeren met genderdysforie.

Wat zegt het onderzoek?

De systematische review analyseerde studies naar de medische behandeling van genderdysforie bij jongeren. De bevindingen:

  • De kwaliteit van het beschikbare bewijs is "wholly inadequate" — volstrekt ontoereikend
  • Er is "very low certainty evidence" over de effecten op mentale gezondheid, genderdysforie zelf en botdichtheid
  • Er zijn geen gerandomiseerde gecontroleerde trials uitgevoerd — de gouden standaard in medisch onderzoek
  • Langetermijngevolgen zijn grotendeels onbekend

Dit sluit aan bij de conclusies van de Cass Review (2024) in het VK, de Zweedse SBU Review en de NICE Review (2020).

Hoe is dit mogelijk?

De vraag die Reason.com stelt, is terecht: hoe kan het dat behandelingen jarenlang op grote schaal werden toegepast zonder adequate evidence-basis? Het antwoord ligt deels in de geschiedenis van het Dutch Protocol — het behandelmodel dat in de jaren negentig in Amsterdam werd ontwikkeld voor een zeer specifieke en kleine populatie, maar dat daarna wereldwijd werd overgenomen voor een compleet andere populatie.

Zie de demografische verschuiving: de populatie die nu behandeling zoekt, is fundamenteel anders dan de populatie waarop het protocol was gebaseerd. Wetenschappelijk onderzoek naar de nieuwe populatie loopt ver achter op de klinische praktijk.

Reacties uit de medische wereld

Medische organisaties als de Endocrine Society verdedigden de bestaande richtlijnen en stelden dat het beschikbare bewijs voldoende is voor klinische beslissingen. Critici wezen erop dat dit standpunt moeilijk te rijmen is met de bevindingen van meerdere onafhankelijke systematische reviews.

De discussie illustreert het verschil tussen clinical consensus (er is brede overeenkomst onder clinici) en evidence-based medicine (er is robuust wetenschappelijk bewijs). Consensus is geen vervanging voor bewijs, zeker niet bij behandelingen met onomkeerbare gevolgen.

Wat betekent dit voor patiënten?

Voor jongeren die momenteel behandeld worden of behandeling overwegen, betekent dit dat klinische beslissingen worden genomen op basis van onzekere evidence. De informed consent-vraag wordt daarmee urgenter: kunnen patiënten en ouders werkelijk geïnformeerde toestemming geven als het bewijs zo onzeker is?


Bronnen:

Deel dit artikel: