Onderzoek

Wetenschappelijke onderzoeken en studies van Transspijt.nl over detransitie, spijt na transitie en langetermijnrisico's van gendertransitie — met bronvermelding.

Seksueel leven na detransitie: trauma, rouw en onvervulde behoeften (2025)
1 oktober 2025

Seksueel leven na detransitie: trauma, rouw en onvervulde behoeften (2025)

Een peer-reviewed studie in het Journal of Sex & Marital Therapy (2025) onderzocht de seksuele levenservaringen van mensen na detransitie. De bevindingen wijzen op diepgeworteld trauma, rouwprocessen en een structureel tekort aan passende hulpverlening.

NTVG: 'Dutch protocol' onder vuur — ook Nederlandse artsen uiten kritiek
29 mei 2025

NTVG: 'Dutch protocol' onder vuur — ook Nederlandse artsen uiten kritiek

Medisch ethicus Jilles Smids (Erasmus MC) stelt in het NTVG dat het Dutch protocol onhoudbaar is en herzien moet worden — vijf landen gingen al voor.

Fins onderzoek: detransitioners hadden vrijwel allemaal psychische comorbiditeit — genderdysforie was niet de kern
20 mei 2025

Fins onderzoek: detransitioners hadden vrijwel allemaal psychische comorbiditeit — genderdysforie was niet de kern

Alle negen detransitioners in een Finse kliniekanalyse hadden psychiatrische comorbiditeit. De meest voorkomende diagnoses waren stemmingsstoornissen, angststoornissen, eetstoornissen en borderline persoonlijkheidsstoornis. Achteraf concludeerden patiënten dat hun genderdysforie niet de oorzaak was — maar een symptoom van bredere psychische problemen.

Onderzoeker verzwijgt met belastinggeld gefinancierd onderzoek: puberteitsremmers helpen niet
15 mei 2025

Onderzoeker verzwijgt met belastinggeld gefinancierd onderzoek: puberteitsremmers helpen niet

Een met belastinggeld gefinancierd Amerikaans onderzoek (9,7 miljoen dollar) vond géén bewijs dat puberteitsremmers de mentale gezondheid van kinderen verbeteren. De onderzoekster verzweeg de resultaten jaren lang. Na onthulling door de New York Times en een congresonderzoek verscheen de studie alsnog — met de bewering dat remmers "achteruitgang voorkomen," een claim niet gedekt door de data.

Autisme en genderdysforie: waarom autistische jongeren 3 tot 6 keer zo vaak transgender identificeren — en wat dat betekent voor de zorg
1 april 2025

Autisme en genderdysforie: waarom autistische jongeren 3 tot 6 keer zo vaak transgender identificeren — en wat dat betekent voor de zorg

Autistische mensen zijn 3 tot 6 keer zo vaak transgender-geïdentificeerd als niet-autistische mensen. In genderzorgklinieken had in 2021 al 17% van de patiënten een autismediagnose. De Cass Review concludeert dat dit patroon onvoldoende wordt meegenomen in de diagnostiek. Meerdere verhalen op deze site — van Ritchie Herron tot Clementine Breen — tonen de gevolgen.

Behandeling zelf veroorzaakt genderdysforie: de iatrogene viciöize cirkel
27 maart 2025

Behandeling zelf veroorzaakt genderdysforie: de iatrogene viciöize cirkel

Een artikel in het Journal of Sex & Marital Therapy (2025) stelt dat genderbevestigende zorg een viciöze cirkel creëert: de behandeling zelf vergroot de kans dat genderdysforie blijft bestaan.

University of York — zeven systematic reviews als basis voor de Cass Review
9 april 2024

University of York — zeven systematic reviews als basis voor de Cass Review

In april 2024 publiceerde de University of York zeven systematic reviews in Archives of Disease in Childhood. Deze reviews — over puberteitsremmers, hormonen, sociale transitie, psychosociale interventies, zorgpaden, internationale richtlijnen en patiëntkenmerken — vormden het wetenschappelijke fundament onder de Cass Review en concludeerden dat het bewijs voor zowel endocriene als niet-endocriene behandelingen 'zwak' is.

UMCG-studie: 11% van 11-jarigen wil het andere geslacht zijn — op 25 is dat 4%
6 maart 2024

UMCG-studie: 11% van 11-jarigen wil het andere geslacht zijn — op 25 is dat 4%

Van de 11-jarigen zegt 11% wel eens het andere geslacht te willen zijn. Op hun 25e is dat 4%. Slechts 0,1% heeft dit gevoel consistent bij elke meting. Onderzoekers van het UMCG concluderen dat gendertwijfels bij de normale puberteitsontwikkeling horen en vaak vanzelf verdwijnen.

Fins cohort (1996–2019): genderdysforie voorspelt geen verhoogd zelfmoordrisico na controle voor psychiatrie
22 februari 2024

Fins cohort (1996–2019): genderdysforie voorspelt geen verhoogd zelfmoordrisico na controle voor psychiatrie

Een Fins cohortonderzoek in BMJ Mental Health (2024), met data over 1996–2019, vergeleek genderdysfore jongeren met een controlegroep. Het zelfmoordcijfer was ogenschijnlijk hoger in de genderdysfore groep (0,3% tegen 0,1%), maar het verschil verdween na correctie voor ernstige psychische comorbiditeit. De auteurs concluderen dat klinische genderdysforie zelf geen voorspeller is van sterfte — en dat medische transitie het zelfmoordrisico niet vermindert.

NICE-review 2020: het VK concludeerde al in 2020 dat het bewijs voor puberteitsblokkeerders "zeer laag van kwaliteit" was
1 februari 2024

NICE-review 2020: het VK concludeerde al in 2020 dat het bewijs voor puberteitsblokkeerders "zeer laag van kwaliteit" was

NICE publiceerde in 2020 een systematische review van puberteitsblokkeerders bij genderdysforie (9 studies). Alle studies hadden grote methodologische beperkingen. Conclusie: "zeer lage zekerheid van bewijs." NHS England besloot geen nieuwe prescripties te doen. Dit was de eerste officiële Britse erkenning dat de evidence-basis zwak was.

Wat is detransitie? Definitie, typen en wat het onderzoek zegt
1 januari 2024

Wat is detransitie? Definitie, typen en wat het onderzoek zegt

Detransitie — het stoppen of terugdraaien van een gendertransitie — is geen homogeen fenómeen. Sommigen detransitioneren omdat ze spijt hebben van de behandeling; anderen stoppen de transitie vanwege externe druk maar behouden een transgenderidentiteit. Definitieproblemen maken onderzoek naar detransitie moeilijk en leiden tot onderschatting.

Langetermijnuitkomsten na genderchirurgie: wat zegt het onderzoek over spijt en tevredenheid?
1 januari 2024

Langetermijnuitkomsten na genderchirurgie: wat zegt het onderzoek over spijt en tevredenheid?

De veelgeciteerde claim dat "slechts 1% van de transgenders spijt heeft van de operatie" komt voort uit studies met ernstige methodologische tekortkomingen: hoge uitvalpercentages, korte follow-upperiodes en selectiebias. Recentere studies met langere follow-up tonen dat spijt complexer is dan een eenvoudig percentage suggereert — en dat psychische gezondheidsuitkomsten niet altijd verbeteren na chirurgie.