onderzoek

UMCG-studie: 11% van 11-jarigen wil het andere geslacht zijn — op 25 is dat 4%

Van de 11-jarigen zegt 11% wel eens het andere geslacht te willen zijn. Op hun 25e is dat 4%. Slechts 0,1% heeft dit gevoel consistent bij elke meting. Onderzoekers van het UMCG concluderen dat gendertwijfels bij de normale puberteitsontwikkeling horen en vaak vanzelf verdwijnen.

UMCG-studie: 11% van 11-jarigen wil het andere geslacht zijn — op 25 is dat 4%

Onderzoekers van het UMCG (Universitair Medisch Centrum Groningen) publiceerden in maart 2024 een longitudinale studie in het tijdschrift Archives of Sexual Behaviour. Ze volgden meer dan 2700 jongeren van hun elfde tot hun vijfentwintigste levensjaar en onderzochten hoe genderidentiteitsvragen zich over de tijd ontwikkelen.

De bevindingen

De resultaten zijn opvallend:

  • 11-jarigen: 11% was het eens met de uitspraak "Ik wil het andere geslacht zijn"
  • 25-jarigen: 4% had dit gevoel nog steeds
  • Persistentie: Slechts 0,1% gaf dit aan bij elke meetronde
  • Ooit: 19% had op enig moment gendertwijfels gehad

Met andere woorden: bijna een op de vijf adolescenten twijfelt ooit aan zijn of haar genderidentiteit — maar slechts een op de duizend doet dit consequent door de jaren heen.

Puberteit als verklaring

Onderzoeker Sarah Burke benadrukte dat vragen en twijfels over gender bij puberteit en ontwikkeling horen. Het is een normaal onderdeel van opgroeien, en het feit dat de meeste twijfels verdwijnen naarmate jongeren ouder worden, ondersteunt dat beeld.

"Het hoort bij de puberteit en de ontwikkeling om vragen en twijfels over je gender te hebben."

— Sarah Burke, UMCG

Verband met psychische klachten

Jongeren die aangaven het andere geslacht te willen zijn, hadden vaker last van psychische klachten en een negatiever zelfbeeld. Dit roept de vraag op in hoeverre gendertwijfels een symptoom zijn van bredere psychische problematiek — en of die problematiek dus de eigenlijke behandeldoelstelling zou moeten zijn.

Relevantie voor medische beslissingen

De studie bevestigt wat eerdere onderzoeken al aantoonden: de grote meerderheid van kinderen die gendertwijfels heeft, lost dit vanzelf op. Dit gegeven is cruciaal in het debat over de vraag of en wanneer medische interventies zoals puberteitsremmers of hormonen gerechtvaardigd zijn bij kinderen die twijfelen aan hun genderidentiteit.

Het TRAILS-cohort loopt al sinds 2001 en is een van de meest uitgebreide longitudinale studies naar de psychische ontwikkeling van Nederlandse jongeren.


Bronnen:

  • UMCG Nieuws (2024). UMCG-onderzoek: twijfels over gender bij jongeren zijn vaak op latere leeftijd weg. nieuws.umcg.nl
  • Archives of Sexual Behaviour (2024). Rawee et al. TRAILS-cohort. nieuws.umcg.nl

Deel dit artikel: